|
Utrecht 23 oktober 2002 Aan de leden van de kandidaatstellingscommissie, De kiezers hebben zich afgekeerd van de LPF. Maar daarmee is de liefde voor de PvdA nog niet teruggekomen. Die komt pas weer terug als kiezers zien dat de PvdA een plek is van politici met hart voor de toekomst van Nederland en oog voor de problemen van gewone mensen. De gemeenteraadsverkiezingen hebben laten zien dat op plaatsen waar dat zichtbaar is, de PvdA het vertrouwen van kiezers wel krijgt. Dat moeten we ook in de Tweede Kamer doen. Gezien de reactie van de kiezers op 15 mei lukt dat alleen als voor de kiezers duidelijk zichtbaar is dat we een breuk met het verleden maken, met andere gezichten, nieuwe ideeën en een aansprekende werkwijze. Daar wil ik graag een bijdrage aan leveren. Maar dan moet er wel uitzicht zijn op een fractie die onderkent dat de nederlaag van 15 mei geen incident is veroorzaakt door vooral externe factoren. Een fractie die veranderingsgezind is, en die laat zien dat de PvdA een brede volkspartij is met én betrouwbare bestuurders, én mensen die de politieke agenda van morgen formuleren én mensen die maatschappelijke beweging in stad en land weten te verbinden aan het debat in de Tweede Kamer. Alleen dan hoeven we niet elke vier jaar een commissie de Boer te vragen de dilemma’s op te sporen die we in Den Haag gemist hebben. In de achterliggende maanden heeft de PvdA het harde verwijt getroffen geen voeling meer te hebben met wat mensen werkelijk bezig houdt. Nog meer de wijken in en nog meer luisteren heeft alleen zin als je afstand kan nemen van de logica van die ene vierkante kilometer in Den Haag. Vanuit de burger naar het Binnenhof kijken schreef ik in mijn brief aan de kandidatencommissie in de zomer van 2001. Het vanuit de opvattingen van de PvdA en door de bril van burgers weerwoord geven aan de bestuurders. De PvdA staat voor mij nog steeds, ook al is het van twee verkiezingen geleden, voor sterk en sociaal. Dat moet vorm gegeven worden door nieuwe vormen van solidariteit tussen en binnen generaties te organiseren. Nieuwe vormen van solidariteit door mensen macht en verantwoordelijkheid te geven in plaats van anonieme vormen van solidariteit die het draagvlak in de samenleving voor dit soort arrangementen ondergraven. En met minder begrip voor de traagheid van het bestuur op basis van kennis van zaken initiatieven nemen die sneller tot zichtbare resultaten leiden. Vanuit de burger naar het Binnenhof kijken is iets anders dan “U vraagt wij draaien”. Dat zou veronderstellen dat alle burgers hetzelfde willen, terwijl wensen en belangen soms haaks op elkaar staan. Juist op die momenten wordt politiek leiderschap verwacht. Dan wordt van de PvdA verwacht dat op een duidelijke, zorgvuldige en herkenbare wijze gevoelens en wensen van bewoners tegen elkaar worden afgewogen. Daarbij niet verschuilen achter heilige huisjes en besluiten uit het verleden maar je voortdurend laten “verrassen” en inspireren door de inbreng, inzichten en kennis van mensen die in steden en maatschappelijke organisaties actief zijn. Mooie ambities. Maar waarom zou ik dat kunnen waar maken. Ik heb toch als oud fractielid mijn kansen gehad om te laten zien dat het anders kan. In de 18 maanden dat ik lid ben geweest van de PvdA-fractie heb ik geprobeerd aanspreekbaar, aansprekend en actief te zijn. Aanspreekbaar, door zelf actief op zoek te gaan naar mensen en organisaties met opvattingen over maatschappelijke vraagstukken die een plaats in het Haagse politiek debat verdienen. Hierbij heb ik veelvuldig gebruik gemaakt van de PvdA als netwerk van landelijk en lokale politici. In bijgevoegd CV staan een paar voorbeelden. Aansprekend door, samen met anderen, me actief te roeren in het publieke debat over de inrichting van ons land en pensioenen en hierbij ook kritisch te zijn naar eigen bewindspersonen. Actief: het doen van initiatiefwetsvoorstellen. Op het gebied van pensioenen. Maar succesvoller was de aanpassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Een overzicht staat in het CV. Op die lijn zou ik graag door willen gaan. Geïnspireerd door de lessen van onze nederlaag wil ik me wel nog actiever mengen in het debat in Utrecht. In de politiek gaat het immers niet alleen om goede ideeën maar ook om zichtbare politici die iets vinden en uitnodigend voor debat werken. Bovendien dwing je jezelf dan om meer vanuit de brede maatschappelijke agenda te denken dan vanuit de politiek-bestuurlijke agenda. Ook wil ik verder gaan met bijdrages aan de inhoudelijke vernieuwing van de PvdA. Met Jeroen Dijsselbloem, Adri Duivesteijn en de werkgroep Peper hebben we met onze verhaal “open land en groene steden” een toekomstvast antwoord gegeven op het dilemma dat in “de Kaasstolp aan diggelen” over de inrichting van Nederland wordt geschetst. De groter wordende groene stad moet de plek zijn waar het voor iedereen aantrekkelijk wonen, werken en ontspannen is i.p.v. de plaatsen waar mensen die achterblijven die niet in staat zijn om de verhuiswagen te betalen. Daartegen over moet het platteland open en groen blijven en niet alleen een mooie woonplek voor de rijken zijn. De beperkte bouwmogelijkheden in dorpen moeten benut worden voor starters en ouderen. In de Kamer is het ons toen gelukt hier meerderheden voor te vergaren. Zolang de kiezers nog boos op ons zijn hebben we kans ze terug te winnen. Die boosheid geeft aan dat ze iets van ons verwachten. Maar dat moeten we dan wel snel gaan waarmaken. Dat is mijn motivatie om me kandidaat te stellen voor de verkiezingen van 22 januari. Vriendelijke groet Staf Depla Vorige pagina |