3 maart 2009, Trouw
Strenger toezicht is niet de oplossingToezichthouders in de publieke sector moeten weer luisteren naar de kritiek van de werkvloer.Rochdale, Woonbron, SGBB, Philadelphia Zorg en de Zuiderzee Ziekenhuizen zijn als maatschappelijke ondernemingen in de problemen gekomen door falende bestuurders en toezichthouders. Bij de Amsterdamse woningcorporatie Rochdale kon de directeur zich een luxe leven aanmeten zonder dat de Raad van Toezicht optrad. Bij de boot van Woonbron in Rotterdam en de seniorenwoningen bij corporatie SGBB uit Hoofddorp is er te weinig kritisch gediscussieerd over de risico’s van investeringen. In de zorg is het beeld hetzelfde. De lijst met voorbeelden van integriteitproblemen maakt een patroon zichtbaar, van bestuurders die verkeerde keuzes maken als ze te veel ondernemer willen worden en van toezichthouders die onvoldoende opletten. Door dit onzorgvuldig handelen komt de integriteit van de publieke sector in gevaar. Wat verontrust is dat terwijl het personeel van de betrokken organisaties zich schaamt, we van de bestuurders en toezichthouders maar weinig horen over hun eigen falen. Onder invloed van schaalvergroting, marktwerking en nieuwe concurrentieverhoudingen richt de aandacht van de top zich tegenwoordig te vaak op bestuurlijke processen, zoals fusies en reorganisaties. Terwijl hun aandacht moet uitgaan naar het verbeteren van de kwaliteit van zorg, onderwijs of wonen. Als instellingen deze primaire taken verzaken heeft Nederland een groot probleem. Dan holt de uitvoering van belangrijke publieke taken achteruit. Het is hoogst noodzakelijk om de integriteit van maatschappelijke ondernemingen te versterken. Stoere maatregelen zijn daarbij niet de beste keuzes. Scherper extern toezicht, meer regels en meer codes opstellen is te beperkt. In de bankenwereld hebben al het toezicht, de richtlijnen en de gedragscodes ook niet geholpen. Integriteit is vooral een kwestie van mensen en van waarden. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat integriteit niet ontstaat door regels en codes, maar nadat medewerkers met elkaar bewust kiezen voor gedrag dat bij de organisatie past. Medewerkers handelen eerder integer wanneer ze er van overtuigd zijn dat het zo hoort, dan wanneer ze voorgeschreven krijgen wat moet. Integriteitontwikkeling begint dus bij de organisatie(s) zelf, bij het bestuur, het management, en het interne toezicht. Het gaat allereerst om het bespreekbaar maken van gedrag, waarbij vooral rondom de directie of het bestuur voldoende tegenspraak georganiseerd moet zijn. Dat is een voorname taak van de Raden van Toezicht. Hun houding, voorbeeldgedrag en vaardigheid om vragen te stellen en integriteitzaken te agenderen is minstens zo belangrijk als de inzet van formele controlemechanismen. Veel toezichthouders zien nu nog niet goed toe op de kernwaarden en de kwaliteit van de instelling, maar werken vooral aan hun eigen relatiebeheer en het aan elkaar rijgen van commissariaten. Het intern toezicht dient daarom nadrukkelijk verbeterd te worden. Integriteit hoort een vaste waarde te zijn in een organisatie. Over wat gepast en ongepast gedrag is moeten medewerkers vooral met elkaar blijven praten. Als dat bij Philadelphia was gebeurd had men de afdeling vastgoed veel serieuzer genomen met haar kritiek op de aankoop van hotels en kastelen door het bestuur. Ondernemingsraden, werknemers en externe belangenhouders moeten op eigen initiatief aandacht kunnen vragen voor integriteit. Bestuurders en toezichthouders horen bij ernstig falen aansprakelijk gesteld te kunnen worden, en er moeten ook duidelijkere grenzen worden gesteld aan de zittingsduur van leden van de Raad van Toezicht en het maximaal aantal commissariaten per persoon. Ook is er een externe en onafhankelijke autoriteit nodig die toeziet op het rechtmatig handelen van organisaties en die kan ingrijpen als het nodig is. In de zorgsector bestaat zoiets al en vervult de Zorgautoriteit deze rol. In de corporatiesector kan een nog op te richten Woonautoriteit deze rol krijgen. De Woonautoriteit kan fungeren als meldpunt en als steunpunt voor klokkenluiders bij scholen, zorginstellingen en woningcorporaties. De bovengenoemde maatregelen en aanpak dragen niet alleen bij tot meer integriteit van de organisaties die publieke taken uitvoeren, maar zorgen er ook voor dat er meer mensen kunnen meespreken over wat organisaties wel en niet kunnen doen. Zo kan de kwaliteit van de zorg, onderwijs en de volkshuisvesting weer centraal komen te staan. Dat is winst voor de democratie en versterkt het maatschappelijk middenveld. © Trouw 2009 Vorige pagina |