Het draait om het vertrouwen van de stedenPaul & Staf DeplaEen miljoen kiezers terugwinnen. Dat is de ambitieuze doelstelling van Wouter Bos als hij zich eind augustus kandideert voor het politiek leiderschap van de PvdA. Ambitieus op dat moment. Als iedereen nog denkt dat Bos bijna 4 jaar de tijd heeft. Op het moment dat het kabinet valt, is vrijwel iedereen het erover eens. Een mooie doelstelling. Maar te ambitieus. Veel te ambitieus. Op basis van de peilingen wordt in november geconstateerd dat de PvdA iedere seconde ten minste één stem moet terugwinnen. Een onmogelijke opgave. Op 22 januari blijkt het tegendeel. De PvdA krijgt de steun van ruim 2,6 miljoen kiezers. Bijna 1,2 miljoen meer dan op 15 mei 2002. En bijna 130.000 stemmen meer dan bij de succesvolle verkiezingen van 1998. De campagne heeft een heldere inzet. Gaat Nederland rechtsaf? Of kiest Nederland voor een linkse afslag? Deze heldere inzet zorgt voor strijd tussen Bos en Balkenende die doet denken aan de polarisatie van de jaren zeventig. Die polarisatie tussen links en rechts lijkt de sleutel voor het succes van de PvdA. Want de polarisatie zorgt voor een grote mobilisatie van de eigen achterban. Terwijl sommige politicologen de jarenlange neergang van de opkomst zien als het bewijs van de afnemende relevantie van de politiek, laten de verkiezingen van 2003 zien dat kiezers wel degelijk betrokken zijn bij de politiek. Als er ten minste wat op het spel staat. En iedere stem ertoe doet. Dan komen kiezers. Goed weer of slecht weer. Het doet er weinig toe. De polarisatie tussen links en recht heeft een tweede effect. De verkiezingen van 2003 zijn die van het strategisch stemmen. Kiezers die geen CDA-VVD-kabinet willen, stromen en masse naar de PvdA. Een grote PvdA biedt immers meer kans dat dit niet gebeurt, dan een zeteltje meer voor SP of GroenLinks. Het CDA loopt om vergelijkbare reden binnen met kiezers die willen voorkomen dat de PvdA het initiatief in handen krijgt. Balkenende moet groter blijven dan Bos. En daarom stem je op het CDA ook al ligt je hart bij de VVD. Links en rechts verdwijnen de flanken. Links-buiten kiest voor links-midden, terwijl rechts-buiten opteert voor rechts-midden. De kloof tussen links en rechts wordt nauwelijks nog genomen. Je hoort bij links of bij rechts. Een ouderwetse polarisatie. En de PvdA met een herkenbaar links profiel. Dat lijkt een bevredigende verklaring voor de uitslag van 22 januari. De polarisatie die in de jaren zeventig en tachtig de PvdA electoraal ook successen heeft gebracht, lijkt ook in 2003 te werken. En zou daarmee het kompas kunnen zijn voor de komende tijd. Een harde confrontatie met rechts door klassieke linkse profilering, en de PvdA kan weer kiezers aan zich binden. Daags na de verkiezingen lijkt deze verklaring erg populair in de media. De NRC constateert dat links en rechts weer terug zijn. De PvdA wint volgens de krant ten koste van GroenLinks, SP en D66. De komende tijd dus maar doorgaan op die weg? De ideologische confrontatie blijven zoeken met rechts? We zijn niet zo zeker van het antwoord op deze vraag. Want is het inderdaad de ideologische polarisatie die ons succes heeft gebracht? We betwijfelen het. Neem allereerst de uitslag. Ondanks het fenomeen van het strategisch stemmen, hebben GroenLinks en SP zich redelijk staande weten te houden. Wat heet. Ondanks het enorme succes van de PvdA, verloren beide partners ter linkerzijde slechts twee zetels. Van het leeg-eten van de linkerflank kan dan ook moelijk worden gesproken. Hoe anders was de situatie in 1977. Toen Den Uyl de zetels won door het linkse alleenrecht te claimen. Daarvan is op 22 januari absoluut geen sprake geweest. Integendeel. De SP en GroenLinks zijn nu samen sterker zelfs dan in 1998. Juist. Het jaar waarin de PvdA zich profileerde als kampioen van de polder. Dat de winst van de PvdA niet alleen van links kwam, blijkt ook uit het stemgedrag van de PvdA-aanhang bij de verkiezingen van 15 mei. Meer dan de helft van de PvdA-kiezers (56%) heeft op 15 mei niet op de PvdA gestemd. 19% komt van GroenLinks (9%) de SP (5%) of D66 (5%). Een fors percentage. En goed voor zo'n 8 zetels (noot: deze partijen verliezen overigens minder zetels omdat zij ook nieuwe kiezers kunnen verwelkomen. Zo heeft 11% van de SP-kiezers op 15 mei LPF gestemd, 8% GroenLinks, 7% CDA en 5% PvdA). Maar daarmee is de 19 zetels winst bij lange na niet verklaard. Dat wordt ook duidelijk als de analyse van het stemgedrag wordt vervolgd. Van 'rechts' komt 20%. Verdeeld over CDA (9%), LPF (6%) en VVD (5%). Het idee dat er op 22 januari een onoverbrugbare kloof tussen links en rechts bestaat, klopt dus niet. De PvdA heeft op 22 januari met succes bij zowel links als rechts ingebroken. Maar bovendien heeft de PvdA als geen enkele andere partij goed gescoord bij de mensen die op 15 mei de stembus nog lieten voor wat hij was. Niet minder dan 15% van de aanhang van de PvdA hoort tot deze groep. Dat is omgerekend goed voor ruim 6 zetels. Geen enkele andere partij heeft zo goed gedaan bij voormalige niet-stemmers. De winst van de PvdA is dus niet zo eenvoudig te verklaren uit het herleven van de oude links-rechts tegenstelling. Net zo min als de winst van het CDA alleen maar te verklaren is uit een succesvolle mobilisatie van rechtse kiezers. Want het CDA wint van SP, GroenLinks en PvdA bijna net zoveel kiezers als van de VVD (respectievelijk 5% en 6%). Zijn links en rechts dus wel zo sterk terug, als de NRC daags na de verkiezingen suggereert. Ons inziens is een andere tegenstelling een belangrijkere verklaring voor de winst van PvdA en CDA. De tegenstelling tussen stad en regio. De PvdA heeft haar winst voor een groot gedeelte te danken aan de steden. 14% van de kiezers van de PvdA woont in één van de 4 grote steden, terwijl 33% in een stad met meer dan 100.000 inwoners woont. Hoe anders is het beeld bij het CDA. De christen-democraten halen slechts 5% van hun kiezers uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht. De PvdA is voor een groot deel afhankelijk van de grote steden. Maar staat bovendien zeer sterk in die steden. In 23 van de 25 grootste steden is de PvdA nummer 1. Alleen in Haarlemmermeer en Ede is de PvdA niet de grootste. De PvdA is niet alleen groot in de steden. In een groot gedeelte van de steden is de PvdA weer terug op het niveau van 1998. Sterker. In steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen scoort de PvdA op 22 januari duidelijk beter dan in 1998. Het beeld van het CDA staat hier haaks op. Want ondanks de landelijke groei, verliest het CDA in veel van de grote steden juist terrein. In Groningen meer dan 2%. En in Emmen bijna 3%. Als het aan de kiezers in de steden ligt, was de PvdA het CDA duidelijk voorbij gestreefd. Het beeld in de regio is duidelijk anders. Daar wint de PvdA weliswaar in vergelijking met 15 mei. Maar de score blijft achter bij die van 1998. Dat geldt voor veel kleinere plaatsen in Zuid-Holland. Maar het geldt vooral voor Overijssel, Oost-Brabant en Noord-Limburg. In Weert verliest de PvdA in vergelijking met 1998 5,2%, in Raalte 6,8%, in Sint-Anthonis 8,1%, in Tubbergen 8,2%, in Valkenswaard 8,6%, en in Schijndel 9,9%. Het zijn de gemeenten waar het CDA het juist bijzonder goed doet. Na het herstel van 2002 groeit het CDA daar verder door. In de kleinere plaatsen in de regio haalt het CDA zelfs een absolute meerderheid. Tubbergen slaat alles. Ruim 71% stemt daar op het CDA. De PvdA heeft de verkiezingen in de stad gewonnen. De beloning voor een herkenbare en duidelijke profilering op de problemen van de kiezers in de grote steden. De aanpak van wijken met hoge werkloosheid, veel onveiligheid en slechte woningen, integratie, veiligheid, en het belang van Melkertbanen is zeer herkenbaar voor de bewoners in de steden. Ook de zorg voor zwakkeren, eerlijk delen en het belang van een sociaal akkoord om banen te behouden spreekt in steden kiezers eerder aan. Niet zo vreemd. In de stad zijn de problemen van mensen die het niet zo goed getroffen hebben het meest zichtbaar. In de stad zijn de klappen van een slechtere economie op de werkgelegenheid, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, het eerst voelbaar. Welke lessen kunnen we hier voor de formatie uit trekken? De kiezers in de steden vertrouwen erop dat de PvdA de problemen in de steden aanpakt. Dat vertrouwen mogen we niet beschamen. Dus geen compromissen sluiten op de tijdens de campagne door Wouter Bos gekozen koers over de aanpak van oude wijken, Melkertbanen, Veiligheid, Integratie en eerlijk delen. De PvdA wordt afgerekend op een herkenbaar profiel en op een succesvolle uitvoering van de agenda van de steden. Een kansrijke toekomst voor alle buurten en niet alleen in de vier grote steden. Het CDA wordt door haar kiezers afgerekend op het uitvoeren van een regionale agenda waar zaken als plattelandsontwikkeling en infrastructuur centraal staan. Een kabinet heeft alleen toekomstkansen als beide partijen een scherp profiel behouden. Dus niet overal compromissen sluiten maar onderwerpen uitruilen waar een van beide haar herkenbaar profiel kan laten zien. Dit is voor de PvdA van groot belang. Want in de stad moeten we het vertrouwen waarmaken. Dan houden we de kiezers vast. Laten we dat na, dan hebben we een groot probleem. Dit is een voorwaarde om electoraal in te breken in de randgemeenten. Uit welbegrepen eigen belang hechten kiezers in die gemeenten veel waarden aan het voorkomen dat de problemen van de steden ook bij hen terecht komen. Maar belangrijker nog: twee keer een miljoen kiezers terugwinnen lukt niemand, zelfs Wouter Bos niet. Paul Depla is Wethouder in Nijmegen en Staf Depla lid van de Tweede Kamer voor de PvdA Vorige pagina |