Kabinet pakt ruimteverspilling nauwelijks aanOpiniestuk in De Volkskrant, 30 december 2000, door Staf Depla, Adri Duivesteijn, Jeroen Dijsselbloem.Drie dagen voordat het Kabinet de hoofdlijnen van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening vaststelde, verscheen de Balans ruimtelijke kwaliteit. En hoewel de meeste Nederlanders nog positief zijn over hun leefomgeving wordt daarin een sombere ontwikkeling geschetst: het verschil tussen stad en land verdwijnt en de karakteristieke openheid van ons landschap vermindert. Een logisch gevolg van de groei van de bevolking, de grote ruimtedruk vanuit de stad, de economie, de behoefte aan mobiliteit. Een eerdere inventarisatie van ruimtebehoeften bracht Jan Pronk al eens tot de verzuchting dat hij een hele nieuwe provincie nodig had om al die wensen te kunnen vervullen. Zuinig omgaan met de ruimte is dus een van de belangrijkste opdrachten voor de komende jaren. Het kabinet heeft met de Vijfde Nota en nota grondpolitiek dit gevoel van urgentie wel in woorden omgezet maar nog niet in daden. In woorden omdat het kabinet het efficiënt omgaan met de ruimte tot de kern van de vijfde nota bombardeert. Maar de bijbehorende concrete daden ontbreken, worden vooralsnog naar de studeerkamer gestuurd of worden te vrijblijvend ingevuld. De vijfde nota kent rode en groene contouren. Rood geeft de grenzen van de bebouwing van steden en dorpen voor de komende jaren aan. En groen geeft aan waar natuur is of komt. We moeten helaas vaststellen dat de vijfde nota voor de natuur niets nieuws in petto heeft. Moest de begrenzing van de groene contour in eerdere nota's de EHS al in 2000 klaar zijn in de vijfde nota is dit opgeschoven naar 2005 . En de wettelijke bescherming en het compensatiebeginsel voor deze gebieden is ook nog steeds niet geregeld. Dat het Kabinet voor de natuurgebieden niets extra’s te bieden heeft is extra teleurstellend omdat ook de bescherming van de openheid van de overige groene gebieden van ons land, het gaat om 70% van ons landoppervlak, wederom niet is geregeld. De licht-groene contouren hebben helaas de eindstreep niet gehaald. Het buitengebied is balansgebieden geworden. Er mag gebouwd worden mits aangetoond is dat elders geen ruimte is. De geschiedenis leert wat het resultaat zal zijn van dit onderhandelingsproces zonder waarborgen van provincies en het rijk. Het verder volbouwen van het buitengebied. De enige gunstige uitzondering in de vijfde nota zijn de door de PvdA bepleitte Nationale Landschappen. Een concrete aanpak om deze Landschappen echt open en aantrekkelijk te maken en houden ontbreekt echter. Om zuinig ruimtegebruik te stimuleren zijn effectieve financiële prikkels nodig. Het kabinet erkent de mogelijke meerwaarden van een open ruimte heffing. Het kabinet wil eerst studeren op de meerwaarden. In Haags taalgebruik betekent dit meestal dat iets op de lange baan geschoven wordt. De PvdA wil zo’n heffing, die ze in België sinds een jaar kennen, zo snel mogelijk invoeren. Een open ruimte heffing wordt geheven als ten behoeve van woningbouw, infrastructuur of bedrijfsterreinen een stuk groen buitengebied moet worden opgeofferd. Ons doel is niet de geleidelijke uitbreiding van onze steden in het buitengebied stil te leggen. Maar wel om verspilling van ruimte tegen te gaan. Met een dergelijke open-ruimte-heffing kunnen twee vliegen in een slag worden geslagen. Niet alleen wordt het bebouwen van veelal landbouwgebieden duurder en dus relatief minder aantrekkelijk ten opzichte van het herstructureren van bestaande locaties in stedelijk gebied. De opbrengst moet in onze ogen worden benut om oude woongebieden en industrieterreinen in dezelfde regio op te knappen en opnieuw in gebruik te nemen. Ook kan meervoudig ruimtegebruik zoals het bouwen bovenop wegen financieel hiermee worden gestimuleerd. Of de opbrengsten kunnen worden ingezet voor de versterking van de groene kwaliteiten van het buitengebied. Per regio kan dit verschillen. De open ruimte heffing is een verstandige en noodzakelijke volgende stap in de vergroening van ons belastingstelsel. De open ruimte moet beter beschermd worden. De aanwijzing van nationale of provinciale landschappen is een eerste stap. Ons lijstje nieuwe Nationale Landschappen is langer dan die van het Kabinet. Limburgs Heuvelland, deel Rivierengebied en deel Zeeuws-Hollandse Delta kan wat ons betreft meteen aan het lijstje Groen Hart, Hoeksche Waarde en Noordhollands Midden worden toegevoegd. Om ze echt open en aantrekkelijk te houden moeten de nationale landschappenwettelijke bescherming krijgen door er licht groene contouren om heen te trekken. Uitbreiding van de bebouwing is verboden, tenzij aangetoond is dat bebouwing noodzakelijk en onvermijdelijk is. Zonder deze waarborgen leert het Groene Hart dat in de mooie landschappen eerder meer dan minder gebouwd wordt. Een van de conclusies van de parlementaire werkgroep vijfde nota RO was dat de ruimtelijke ordeningsvisie voorzien moet zijn van een reële uitvoeringsstrategie, gedragen door nationale ruimtelijke investeringsprojecten. Het investeringsprogramma van de vijfde nota is beperkt tot stimulering van stedennetwerken. Overige programma’s zijn doorgeschoven naar de toekomst. Maar de ervaring van het Groene hart en andere groene gebieden tussen steden leert dat deze ruimte niet open blijft door een streep te trekken op de kaart. Concrete investeringen in water, natuur, bos zijn onmisbaar als echte harde grenzen. Wij willen een investeringsprogramma gericht op het aanleggen van natuur/recreatiegebieden dichtbij grote steden met voor iedereen toegankelijke recreatievoorzieningen. De behoefte hieraan is groot. Zo trekt het landgoed Amelisweerd bij Utrecht jaarlijks zoveel bezoekers dat het niet zou misstaan in de top-tien lijst van Nederlandse attractieparken. De Nationale Landschappen vragen investeringen in opschonen, herstellen en behouden. Prioriteit moet gegeven worden aan het veilig stellen van de groene gebieden in de verstedelijkte regio’s zoals Rijnmond of de Brabantse stedenring. Groene gebieden als onlosmakelijk onderdeel van verstedelijkte gebieden waar het goed wonen, werken en recreëren is. Het succes van de Vijfde nota is afhankelijk van dergelijke investeringsprogramma’s. Met de visie van het kabinet is niks mis mee. Maar men blijft helaas nog steken in mooie woorden als het gaat om het zuinig om gaan met onze ruimte. Het kabinet heeft in 2001 alle mogelijkheid om zich te revancheren en haar karwei af te maken. Dit voorjaar verwachten wij een natuuroffensief in de vorm van concrete investeringsprogramma’s en de wettelijke vastlegging van het compensatiebeginsel. Bij de Kamerbehandeling van de nota grondpolitiek kan het kabinet onze wens overnemen een open ruimte heffing in te voeren. En na de inspraak komt er deze zomer nog een nieuwe versie van de vijfde nota. Kortom er zijn genoeg concrete mogelijkheden om woorden om te zetten in daden. Mocht het kabinet dit onverhoopt nalaten dan zal de PvdA in de Tweede Kamer zelf deze initiatieven nemen. Staf Depla, Adri Duivesteijn, Jeroen Dijsselbloem Leden Tweede Kamerfractie PvdA Vorige pagina |