27 april 2004

Reactie op Tjeenk Willink in Trouw

Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State, heeft vorige week flink uitgehaald naar het parlement. Incidentalisme en willekeur zouden de agenda van de Tweede Kamer bepalen. Politieke controle is afhankelijk geworden van de media en de Tweede Kamer verlegt de aandacht van controle achteraf naar controle vooraf. En - zo hoor je links en rechts om je heen- als de vice-voorzitter van de Raad van State dat zegt dan zal het wel waar zijn. Toch is er alle reden voor een bescheiden weerwoord.
Kritiek op het functioneren van het parlement is altijd welkom. Laten we dat voorop stellen. Want kiezers en gekozenen moeten zich voortdurend afvragen of de parlementaire democratie werkt zoals het hoort. De Tweede Kamer, want daar beperken we ons in deze reactie even toe, zou volgens ons nog wat systematischer bij kritiek en de suggesties voor veranderingen kunnen stilstaan dan ze nu doet. Het is wel de vraag of de vice-voorzitter van de Raad van State de eerst geroepene is om vanuit de veilige luwte van het ene Hoge College van Staat het andere, dat volop in de vuurlinie ligt, op deze wijze toe te spreken.
We horen liever van uitvoerders, zoals de tramconducteur, de verpleegkundige op de EHBO-post, de agent van de vreemdelingenpolitie of de docent van de vmbo-school, wat zij verwachten van de politiek als het gaat om het leveren van goed werk in een veilige omgeving.
Maar goed. Deze actie laat weer eens zien dat er fractievoorzitters slechts heel af en toe fundamentele beschouwingen houden over de werkwijze van het parlement en willen aangeven welke nieuwe wegen worden ingeslagen om gezag en geloofwaardigheid te verbeteren. Als Wouter Bos en Maxime Verhagen in de NRC van 7 april ingaan op de kritiek van Tjeenk Willink dan kan dat een goede opstap zijn naar een aantal concrete voorstellen om anders, dat wil zeggen geloofwaardiger en overtuigender, ons werk te gaan doen. Ze geven wel een ander geluid af dan Jozias van Aartsen, die in het Reformatorisch Dagblad van 8 april laat weten dat hij zich niet tot de kritiek voelt aangesproken.
Maar we weten ook dat mensen meer belang hechten aan de inhoudelijke kant van ons werk dan aan de procedurele. Wat er gaat gebeuren met de ziekenfondspremie, de buurtagent, de thuiszorg of de huursubsidie raakt de meeste mensen meer dan de vraag of de Tweede Kamer te veel meebestuurt. Bij de kritiek van Tjeenk Willink past een geweldige relativering. Hij richt zich op een heel klein stukje van ons werk, namelijk op die kwesties die breeduit aandacht krijgen in de media. Terwijl hij- meer dan wie dan ook- beter moeten weten. Iedere dag besteedt het overgrote deel van de Tweede Kamerleden zijn tijd aan politieke handwerk waarvoor maar betrekkelijk weinig media aandacht bestaat. Deze noeste arbeid is vaak veel beslissender voor wat er concreet in het leven van alledag gebeurd dan het spektakel dat op tv is te zien of op de radio is te horen. Lees nog maar eens na hoe de Tweede Kamer een ingewikkelde aanpassing van de Telecommunicatiewet aan Europese richtlijnen heeft aangepakt.
Wat is er mis met de extra aandacht die de volksvertegenwoordiging geeft aan de nieuwsberichten die burgers onder ogen krijgen? Volgens ons betrekkelijk weinig. Als de Tweede Kamer ook een beetje de rol vervult van het dorpsplein waar de dagelijkse gebeurtenissen worden besproken en becommentarieerd dan is het zelfs onze plicht om namens zestien miljoen mensen te reageren op kwesties die de aandacht trekken.
Stil staan bij dat soort kwesties kan ertoe leiden dat misverstanden uit de weg worden geruimd. Dat duidelijk wordt wie waar over gaat. Dat de feiten worden recht gezet. Dat er geen reden was voor ongerustheid. Kortom, het direct reageren op spraakmakende kwesties kan een belangrijke functie vervullen richting de burger die het nieuws volgt. Een gevoelig maar klassiek punt is dat tussen fracties een voortdurende wapenwedloop bestaat bij het zoeken van publiciteit: wie het snelste het zwaarste wapen in de strijd gooit komt in de media het eerst aan bod. Dat was zo in 1962, maar ook in 1988 en nog steeds in 2004.
Maar nog mooier is het als de politiek dat ene incident gebruikt om te illustreren wat er feitelijk aan de hand is. Welke ontwikkeling in gang is gezet of juist zou moeten gestopt. Onze stelling is dat de volksvertegenwoordiging anno 2004 gelukkig die manier van werken beter en duidelijker hanteert dan haar voorganger in de jaren negentig.
Een van de commentaren op de uitspraken van Tjeenk Willink kreeg als titel : Het nerveuze parlement. Mooi gevonden, maar volgens ons is er wat anders aan de hand. Volksvertegenwoordigers zijn zich meer bewust dan ooit dat er resultaten moeten worden geboekt. Dat het bestuur tempo moet maken. Dat heeft te maken met het ongeduld van de kiezer maar ook het bewustzijn dat een politieke loopbaan voor 6 van de 10 Tweede Kamerleden na vier jaar voor bij is. Volgens ons leidt die behoefte aan resultaten er ook toe dat de aandacht voor uitvoering groter is dan ooit. Veel "beleid" en "toezicht" kan dus uit de bureaucratie worden weggesneden. Als Tjeenk Willink dat heeft willen onderstrepen dan zijn we het 100% eens.

Peter van Heemst en Staf Depla
(beiden Tweede Kamerlid voor de PvdA)

Vorige pagina