NRC Handelsblad 12 juni 2007

Stop de fusiegolf bij woningcorporaties

Geld, macht en aanzien

We staan aan de vooravond van de vorming van een aantal megacorporaties, van meer dan 30.000 woningen. De roep om behoud van de menselijke maat lijkt bij deze organisaties niet te zijn doorgedrongen. De politiek moet en kan hier een halt aan toeroepen. Vergaande schaalvergroting leidt vaak tot grotere afstand tot de bewoners, minder betrokkenheid en minder service. Buurten en hun bewoners worden er beter van als woningcorporaties, gemeenten en bewoners aan elkaar gewaagd en langdurig aan elkaar verbonden zijn om samen iets moois te (blijven) maken van hun buurten. Door schaalvergroting wordt dit evenwicht doorbroken. Een corporatie krijgt de gelegenheid een buurt of een stad links te laten liggen en de energie te steken in een wijk of stad waar de gemeente zich soepeler opstelt of de bewoners minder kritisch zijn.

Fusies maken hun belofte niet waar
Fuseren leidt tot meer efficiency leidt. Onderzoek lijkt echter het tegendeel te bewijzen. De financieel toezichthouder van de woningcorporaties, het Centraal Fonds Volkshuisvesting, concludeert dat in de eerste drie jaar na een fusie de overheadkosten vooral toenemen. Ook op langere termijn is de efficiency winst van fusies tussen corporaties nauwelijks aan te tonen. Het tegendeel lijkt zelfs waar: de beheerslasten van corporaties met meer dan 10.000 woningen hoger zijn dan bij middelgrote corporaties met 5000 tot 10.000 woningen. (bron: aedex bedrijfstakinformatie.)
Dit is niet zo gek. Onderzoek van de Universiteit van Utrecht naar fusies in het bedrijfsleven laat zien dat 85% van de fusies van beursgenoteerde ondernemingen sinds de jaren `90 als mislukt beschouwd kan worden . Van de voorspelde efficiencywinst is weinig terecht gekomen. Bedrijven splitsen vrijwillig of onder dwang zich weer op. Zo zijn er miljarden verspeeld met mislukte fusies.

Voorstanders van fusies zeggen dat de fuserende corporaties meer financiële armslag krijgen om te investeren in nieuwbouw en het opknappen van buurten. Het is een prachtige belofte om een wethouder te verleiden. En natuurlijk is het te prijzen dat een corporatie met reserves dit geld inzet bij een corporatie met een grote investeringsopgave en beperkte reserves. Maar dat kan ook zonder een fusie. Corporaties noemen zich niet voor niets maatschappelijke ondernemingen. Bij de studenten huisvesters hebben we gezien dat solidariteit tussen arme en rijke corporaties ook zonder fusies vorm gegeven kan worden. En kleine en middengrote corporaties blijken minstens zo belangrijk voor innovaties dan de megacorporaties.

Schaalvergroting zou ook nodig zijn om slagvaardig prachtwijken te maken. Met één grote corporatie de hele stad opknappen. Voor sommige wethouders een droom. De slagvaardigheid waar deze wethouders van dromen kan dan wel eens omslaan in machteloze nachtmerrie als die ene corporatie niet voldoende presteert. De lokale directeur voor elke serieuze investering terug naar het hoofdkantoor moet voor toestemming. Of nog erger gewoon haar eigen gang gaat.
Kortom, de voordelen van schaalvergroting in theorie blijken in de praktijk dus vaak nadelen te zijn. En dan zijn er nog de 'gewone' nadelen die we uit de zorg en het onderwijs kennen.

Wanneer je gaat fuseren ben je drie jaar met je zelf bezig in plaats van met de bewoners en hun buurten. Schaalvergroting leidt vaak tot grotere afstand tussen bewoners en corporatie. Uit klantentevredenheidsonderzoeken over 2006 bleek dat huurders van corporaties met minder dan 5000 woningen op alle fronten meer tevreden zijn over hun huisbaas dan bij grotere corporaties. [Vergelijkbare resultaten zagen we bij onderzoek naar tevredenheid van klanten over zorgverzekeraars. Kleinere en middelgrote scoorde beter dan de grootste verzekeraars.]
[Een ander bezwaar tegen megacorporaties is dat huurders nog maar bij één huisbaas terecht kunnen. Maar zolang de Nederlandse mededingingsautoriteit de fusie moet goedkeuren zal er geen sprake zijn van een monopolypositie, zou je zeggen. Maar wat is de werkelijkheid? Onze kartelwaakhond kijkt niet naar het marktaandeel van een corporatie in een stad als er nog woningnood is. De keuzevrijheid is dan sowieso beperkt, redeneert de NMA. Als de woningmarkt ontspant zitten de huurders met de nadelen van het monopoly.]

Macht, geld en aanzien
Directeuren en raden van toezicht van woningcorporaties kennen deze argumenten. Toch gaan ze door met fuseren. Wat drijft hen? Uit onderzoek in de onderwijssector blijkt dat macht een belangrijke drijfveer is om te fuseren. Bij corporaties speelt dat waarschijnlijk ook een rol. Meer woningen betekent meer invloed in de stad en meer aanzien. Volgens Prof Schenk van de universiteit van Utrecht is het simpel. Iedereen fuseert. Bestuurders durven niet als enige een andere koers te kiezen. Daarnaast is geld voor de top een niet onbelangrijke drijfveer. Groenink, de directeur van ABN, houdt ook vele miljoenen over aan de fusie. Dat geldt voor meer directeuren. Ook in de corporatiesector gaat elke fusie gepaard met hogere salarissen aan de top en vooraf afgesproken afkoopsommen.

Kortom, er zijn genoeg reden om een pas op de plaats te maken en de wens van bewoners naar de menselijke maat weer serieus te nemen. Corporaties en hun besturen moeten zich richten op de kerntaken van corporaties. De woningnood oplossen, buurten weer van bewoners maken, het bieden van ongestuurd woongenot, het sterker maken van bewoners en het opknappen van oude wijken. Directeuren die op die prachtbaan zijn uitgekeken, moeten niet op zoek naar een fusiepartner maar naar een andere uitdaging. Bestuurders die willen fuseren hebben de schijn tegen. Zij moeten glashelder motiveren wat de huurders, de buurt en de gemeente beter worden van een fusie. En dat is niet hetzelfde als abstracte termen als synergie, één en één is drie, marktmacht en efficiency. Argumenten die jarenlang van bestuurders in zorg en onderwijs voor zoete koek werden geslikt. En als dat verhaal niet goed genoeg is moet de Minister gebruik maken van haar wettelijke bevoegdheid om een fusie niet goed te keuren. Bij fusies boven de 10.000 woningen wordt de bewijslast van corporaties nog zwaarder. En boven de 35.000 woningen is het gewoon een nee.

Staf Depla, Lid Tweede Kamer PvdA
Thom Aussums, Directeur woningcorporatie Trudo

Copyright: NRC Handelsblad

Lees de reactie van Vestia, de grootste corporatie van Nederland.

Vorige pagina