Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen...Opiniestuk in het Eindhovens Dagblad, 10 februari 2001,door Jeroen Dijsselbloem en Staf Depla De overheid moet er voor zorgen dat de kazerneterreinen en munitiedepots die niet meer gebruikt worden, netjes worden achtergelaten. Maar de dienst Domeinen ontkent daarvoor elke verantwoordelijkheid, menen Jeroen Dijsselbloem en Stef Depla. Een van de belangrijkste vragen die voor ons ligt als het gaat om ruimtelijke ordening is: hoe houden we nog een open en groen landelijk gebied tussen onze steden. Een vraag die om nieuwe antwoorden vraagt in de Vijfde nota Ruimtelijke ordening. De discussie over hoe we dat met elkaar het beste kunnen regelen, dreigt zich te verengen tot een debat wie dat het beste alleen kan. Den Haag of de gemeenten en provincies. Iedereen kent de voorbeelden waar het niet goed afloopt als je het alleen aan provincies en gemeenten overlaat. Maar alles aan het rijk over laten is ook niet de weg. Een voorbeeld waarbij gemeenten en provincies knokken voor het open en groen houden van het landelijk gebied en het rijk niet mee- maar juist tegenwerkt, is de verkoop van voormalige Munitie Opslagdepots en kazernes. Deze terreinen liggen in vele tientallen verspreid over ons land; alleen al in Brabant doet Defensie er 24 van de hand. Daarnaast speelt het met name in Utrecht en Gelderland. Het gaat vaak om een terrein gelegen in het bos met daarop een tiental bouwwerken voor de opslag van munitie. Door de grote reorganisaties van defensietaken staan er inmiddels vele leeg. Op basis van een inventarisatie die wij de afgelopen maanden maakten onder wethouders en gedeputeerden, blijkt dat de rijksoverheid soms dwars tegen het ruimtelijk beleid van de provincie en gemeenten in, streeft naar winstmaximalisatie bij verkoop van de depots en kazernes. Een voorbeeld: voor het depot Heesch in Bernheze vraagt de Dienst Domeinen, die de verkoop voor de rijksoverheid doet, een prijs die alleen mogelijk is als het gehele terrein wordt bebouwd met woningen of kantoren. Gemeente noch provincie zien enige mogelijkheid voor dit soort verstedelijking. Het depot ligt namelijk in prachtige, maar kwetsbare, natuur- en bosgebied Maashorst. Een ander voorbeeld: aan de rand van Eindhoven ligt de Constant Rebeque-kazerne. De kazerne, die al enige tijd niet meer in gebruik is bij Defensie, vormt een verstoring in een groene long, onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur. Provincie en gemeente willen het terrein grotendeels weer als natuurgebied terug hebben, waarbij de bebouwing moet worden gesloopt. Als stedelijke functies niet worden toegestaan en de verkoopprijs dus laag zal zijn, overweegt Defensie voortgezet militair gebruik, vanwege 'mogelijk aanzienlijke financiēģ5;le voordelen'. Een laatste voorbeeld: de gemeente Vught wil het sportterrein van de Isabelkazerne overnemen met bestemming sport en enige woningbouw. Echter de Dienst Domeinen vraagt een prijs gebaseerd op volledige bebouwing van het terrein. Hier zien we dus een dienst van de rijksoverheid die geen enkele verantwoordelijkheid voelt voor het beleid van andere overheden of zelf van andere ministeries van de rijksoverheid, zoals de Ministeries van Natuurbeheer en Ruimtelijke Ordening. De winst moet maximaal zijn, natuur of niet. Het gebrek aan verantwoordelijkheid bij de Dienst Domeinen gaat nog verder. Iedereen weet dat als je in de natuur hebt gebivakkeerd dat je dan je troep opruimt en alles achterlaat zoals het was. Zo niet Domeinen. Domeinen acht het slopen van gebouwen niet haar taak, ook niet als nieuwe bestemming toch natuur wordt. Niet zelden is sprake van opstallen bedekt of gebouwd met asbest! En de verantwoordelijkheid voor bodemverontreiniging die op een later moment zou worden ontdekt, wijst zij af. Het is duidelijk dat het hier om grote bedragen gaat. Alles bij elkaar meer dan genoeg reden voor ons om deze zaak afgelopen week in de Tweede Kamer aan de orde te stellen. Het kabinet zal het beleid van de dienst Domeinen moeten bijstellen. Zodat men zich weer gaat houden aan regels waar andere overheden, maar ook burgers en bedrijven zich ook aan moeten houden. En zodat bestuurlijke conflicten met andere overheden snel kunnen worden opgelost. Het is duidelijk dat deze kazernes en munitiedepots in het verleden om veiligheidsredenen in het buitengebied moesten komen. Maar nu zij overbodig zijn geworden, moet de zaak weer netjes worden achtergelaten. De kosten voor het opruimen van terreinen en gebouwen moeten voor rekening komen van de vorige gebruiker. En in onze ogen is het nooit acceptabel als een onderdeel van de rijksoverheid het beleid ten aanzien van ruimtelijke ordening, en natuur en milieu op deze wijze met voeten treedt. Het motto moet zijn: 'Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen uw prullen en dozen'. De auteurs zijn beiden lid van de Tweede Kamer voor de PvdA Vorige pagina |