Buurten voor bewoners

Van vastgoedontwikkeling naar een evenwichtige samenlevingsopbouw

De leefbaarheid van onze steden vraagt om een nieuw offensief. Wachten tot alle herstructureringsplannen klaar zijn, duurt lang en kost veel geld. Alhoewel er goede resultaten in het land zijn te zien, is deze aanpak van de problematiek in oude wijken niet afdoende. Hoe komt dat? In de eerste plaats is de aandacht nog te sterk gericht op de kwaliteit van het vastgoed.
Meer aandacht is nodig om de stad weer als emancipatiemachine te laten werken en meer kansen te bieden aan nieuwe en bestaande bewoners. Een evenwichtige samenlevingsopbouw is hiervoor een voorwaarde.

Ik zal geenszins bestrijden dat werken aan de kwaliteit van het vastgoed in oude wijken nodig is. Maar als middel om te komen tot leefbare wijken is het volstrekt onvoldoende. We hebben daarom de integrale aanpak bedacht, waarbij zowel de sociale als de economische pijler een belangrijk deel gingen uitmaken van de herstructureringsaanpak. In de praktijk is het hoog ingezette Grotestedenbeleid verschrompeld. De uitvoering is teveel beperkt tot het opknappen van huizen. En het Rijk laat het onder het motto 'eigen verantwoordelijkheid' op bijna alle fronten afweten. Ondertussen neemt de overlast in oude wijken onvoldoende af. De wijk moet meer zijn dan een passantenverblijf. Het moet fijn zijn om er te wonen en om er te blijven wonen.

Voor mij zijn de volgende vijf stellingen richtinggevend bij het aanpakken van buurten:
  • We moeten ons flexibeler bewegen tussen de schaalniveaus. Regionale planning is keihard nodig, net als aandacht voor het lage schaalniveau van de individuele bewoner. Alles op wijkniveau benaderen is veel te beperkt en heeft ongewenste gevolgen.

  • Iedereen heeft recht op een fatsoenlijke woning. Dus slechte woningen verbeteren of vervangen. Een evenwichtige spreiding over prijsklassen moet het mogelijk maken dat ook de minder kansrijken in een goede woning kunnen wonen in diverse wijken. Het slopen van de goedkope woningvoorraad kan alleen als er voldoende goede en goedkope woningen beschikbaar zijn (eerst bouwen, dan slopen).

  • De leefbaarheid van wijken hangt samen met woningkwaliteit, maar meer nog met sociale beheersmaatregelen.

  • Ook zonder herstructurering kan je diverse wijken krijgen.

  • Tijdens de verbouwing gaat de verkoop door. Gedurende planning en uitvoering van een herstructureringsplan is extra aandacht nodig voor een goed beheer, opdat de wijken niet nog verder achteruithollen tijdens de ingreep.

Een cliché? Ja, maar het blijkt keer op keer moeilijk om te realiseren.

Uiteraard is er geen receptuur voor herstructurering; we zijn al veel te lang op zoek naar het ideale concept, dat er dus gewoon niet is. Ik pleit ervoor om bij iedere plan en iedere ingreep terug te koppelen naar de centrale vraag: wat doet het voor de leefbaarheid, nu en in de toekomst in deze buurt? Alleen op die manier kunnen we voor de bewoners zinvolle ingrepen plegen om wijken plezierig bewoonbaar te maken en te houden.

Elke wijk vraagt dus zijn eigen aanpak. Omdat er altijd te weinig geld is zullen we goed moeten focussen op het inzetten van de middelen waar zij het meest effectief zijn voor de leefbaarheid van de wijken. Ten eerste moet het rijk het sterk gekrompen ISV budget alleen inzetten voor de 56 aandachtswijken. Ten tweede moeten we, nu het economisch minder gaat, de middelen voor deze buurten van het rijk en gemeenten vooral inzetten voor de openbare ruimte, voor veiligheid en voor zorg en onderwijs. De corporaties zouden zich vooral moeten toeleggen op het verbeteren en vervangen van slechte woningen en het vergroten van de woningvoorraad. Als het economisch beter gaat, kunnen er meer woningen vernieuwd worden. Tot die tijd moeten ze wel meer doen aan het onderhouden van afgeschreven complexen.

De schaal van de opgave: van integrale aanpak tot maatwerk voor de burger
De problematiek van de oude wijken strekt zich uit over het hele veld van veiligheid, samenlevingsopbouw, de sociaal-economische kant en de kwaliteit van het vastgoed en de woonomgeving. Vaak wordt een integrale aanpak voorgesteld en een wijkvisie gemaakt. Maar bij herstructurering blijven we te vaak steken in papieren plannen op wijkvisienniveau. Terwijl de uitvoering sectoraal is en op andere schaalniveaus plaatsvindt. Op het niveau van de straat, de buurt, het bouwblok en niet te vergeten: door en voor de bewoner. Daar moeten betaalbare woningen voor de bewoners worden gebouwd. Daar moet de overlast worden aangepakt. Daar moeten de speelplekken voor jongeren komen en voorschools onderwijs gegeven worden.

Aan de ene kant is het wijkniveau dus een te hoog niveau. Maar aan de andere kant is het een te laag niveau. Utrecht kan werken aan diversere wijken. Maar als de gemeente Houten weigert genoeg goedkope woningen te bouwen kunnen is er geen plaats voor de mensen met de lage inkomens. Een mooi voorbeeld is het knooppunt Arnhem-Nijmegen. Daar maken de gezamenlijke gemeenten afspraken over het te realiseren bouwprogramma met meer goedkope woningen buiten de twee grote steden.
Juist tijdens herstructureringsoperaties is het noodzakelijk om goed in de gaten te houden of sloop, nieuwbouw en verkoop wel in overeenstemming zijn met de gewenste voorraaddifferentiatie. Door dit op regionaal niveau te coördineren wordt voorkomen dat te veel goedkope woningen aan de voorraad worden onttrokken, zonder dat daar betaalbare nieuwbouw tegenover staat. Een voorbeeld hoe het niet moet is Leidschendam-Voorburg. Aan de grens met Den Haag werden goedkope woningen gesloopt. Woningen die op het niveau van de Haaglanden nog prima hadden mee gekund.

Soms worden de financiële afspraken op een te laag schaalniveau gemaakt. Gevolg is dat de ambitie te laag is. De gemeente Utrecht heeft met de corporaties afspraken gemaakt: het DUO model. Deze afspraken zijn echter gebaseerd op de financiële beperkingen van de regionale corporaties. Het vertrekpunt moet zijn: de gewenste woningvoorraad gezien vanuit bewoners en niet vanuit het vermogen van de corporatie. Hierdoor worden in Ondiep meer koopwoningen gebouwd dan gewenst is vanuit 'bouwen voor de buurt'. Gezien de vermogensovermaat en toezeggingen uit de corporatiesector mag dat niet gebeuren.

Een belangrijke succesfactor is dus het kunnen schakelen tussen het niveau van de straat, de buurt, de wijk en de regio. Grote uitdaging is om niet te blijven steken in overleg en papier, maar het echt te doen.

Eerst bouwen en dan pas slopen: problemen oplossen en niet verplaatsen
Waarom gaan we wijken herstructureren? Iedereen kent het verhaal.
Wijken worden fors aangepakt, de woningen verbeterd, de omgeving opgeknapt. De slechtste woningen worden gesloopt en door het terugbouwen van koopwoningen en duurdere huurwoningen ontstaat een economisch sterkere en gedifferentieerde wijk. De verwachting is dat daardoor ook een grotere sociale binding met de wijk zal optreden en de veiligheid en leefbaarheid zal verbeteren.

Dit is een onvoldoende antwoord op de toenemende segregatie en cumulatie van achterstanden. Ten eerste kunnen we bewoners niet geruststellen met de boodschap dat het allemaal beter is over tien a vijftien jaar, de tijd die het kost voordat een herstructureringplan helemaal is uitgevoerd. Problemen moeten nu worden aangepakt voordat ze onomkeerbaar worden. Ten tweede is het een illusie om te denken dat je door het bouwen van nieuwe woningen als vanzelfsprekend die sociale samenhang in een buurt krijgt die we wensen.

Steden zijn de emancipatiemotor van de samenleving. Kansenmachines die al eeuwenlang grote groepen mensen in staat stellen te leven, een inkomen te verdienen, een woning te vinden en de volgende generatie een nog betere opleiding te geven. In wijken waar echter niemand meer een baan heeft, de wietteler zijn buurman verjaagt om een huis voor zijn zuster te bemachtigen, de verslaafde die hulp nodig heeft voor overlast zorgt, in dat soort wijken ontkomen mensen bijna niet meer aan de neergaande spiraal. En kunnen huisartsen, onderwijzers, sportclubs hun rol niet meer waar maken om mensen het steuntje in de rug te geven waardoor ze voor zichzelf kunnen zorgen.

Een evenwichtige samenlevingsopbouw in buurten is een voorwaarden om de emancipatiemachine weer te laten werken. Differentiatie niet alleen van inkomens, maar ook in leeftijdsopbouw. Dus behoud van gezinnen vanwege hun betrokkenheid of juist jongeren, vanwege hun grotere woontolerantie. De goedkope woningen slopen en vervangen door dure nieuwbouw, brengt weliswaar differentiatie op gang, maar is geen middel om sociale problemen op te lossen. Want waar moeten de huurders van deze goedkope woningen heen? De sociale problemen van mensen worden niet kleiner door hun huizen af te breken en ze naar een andere buurt te 'verjagen'. Dan worden problemen verplaatst in plaats van opgelost. De enige winst is als de vertrekkende groep uitsluitend bewoners betreft zonder enige hechting aan de buurt.

Natuurlijk heeft iedereen recht op een goede woning. Maar schoon, heel en veilig is belangrijker dan - voor grote groepen mensen onbetaalbare - nieuwbouw. Gegeven de kwaliteit van de woningen is sloop soms onvermijdelijk en soms zelfs de hoogste tijd, maar we moeten wel zorgen voor stabiele en betaalbare woonplekken voor deze mensen. Dus eerst bouwen en dan pas slopen. Meestal worden eerst de goedkoopste woningen gesloopt. Daar wonen vaak de mensen met de laagste inkomens. De vraag is of dit altijd even verstandig is. Vanuit de kwaliteit van de woningen gezien wel. Maar hebben de bewoners van de iets duurdere flats in het Utrechtse Overvecht, die wat later op de nominatie staan om gesloopt te worden, niet meer kansen om betaalbare woningen in de buurt te vinden?

Keuzevrijheid voor bewoners
Sloop/nieuwbouw is dus geen middel om sociale problemen op te lossen. Dat wil niet zeggen dat ik tegen het slopen en nieuw bouwen van woningen ben. Het opknappen van woningen en bouwen nieuwe woningen moet, omdat mensen met laag inkomen ook recht hebben op fatsoenlijke woning.

In de Utrechtse wijk Ondiep zijn bewoners niet tegen slopen, maar ze zijn bang dat ze de nieuwe woningen niet meer kunnen betalen. De huidige woningen zijn klein, gehorig etc. Ook zij willen kwalitatief goede woningen, maar de betaalbaarheid van de nieuwe woningen is hun grote zorg. Zeker tegen het licht van de bezuinigingen op de huursubsidie en de voorstellen voor meer marktgerichte huren.
Een oplossing die op sommige plaatsten goed werkt is huurgewenning. In Hoogvliet gaan ze nog verder door de bestaande huurders de oude huren te rekenen. Deze aanpak wordt gefrustreerd door de nieuwe bezuinigingen op de huursubsidie.

Keuzevrijheid voor bewoners, ook in het goedkope segment, is cruciaal. De nota Mensen, Wensen, Wonen heeft ons op het verkeerde been gezet. Ten eerste omdat de verwachting dat er geen behoefte meer zou zijn aan goedkope woningen niet klopt. En ten tweede door gebrek aan keuzevrijheid voor laagste inkomens te bagatelliseren door etnisch eenzijdige wijken te verheerlijken. In het belang van de keuzevrijheid voor minder kansrijken moeten we juist de huursubsidie handhaven, goedkope woningen in randgemeenten bouwen enz. Zodat ook in dit segment keuzevrijheid ontstaat.

Leefbaarheid verbeter je vooral door sociale beheersmaatregelen
In oudere wijken is vaak veel overlast. Te vaak worden alle vormen van overlast op een grote hoop gegooid. Terwijl het natuurlijk nog wel wat uitmaakt of de overlast is veroorzaakt door een onverbeterlijke klootzak of door een dakloze. Je moet alle vormen van overlast serieus nemen, zonder ze over één kam te scheren. De kern is dat we een pluim uitdelen aan al die gewone, aardige mensen die er elke dag weer het beste van maken, en hard optreden tegen mensen die de boel verzieken.

Te veel buurten zijn de laatste jaren langzaam maar zeker afgegleden. Soms een vooroorlogse arbeidersbuurt, ergens anders een na-oorlogse flatwijk. De aanwezigheid van veel goedkope, verouderde en onpopulaire woningen in één buurt leidt tot een concentratie van mensen zonder werk, met een laag inkomen, met sociale problemen. Bewoners, allochtoon en autochtoon, die het kunnen betalen, laten de verhuiswagen voorrijden en vertrekken. In de Rotterdamse Tarwewijk vertrok eind jaren negentig ieder jaar één op de vijf bewoners. In het Nijmeegse Malvert was dit in sommige straten zelfs dertig procent.
Hier dreigt de moraal 'de straat is van iedereen' te verworden tot 'wat van iedereen is, is dus van niemand'. Mensen die té goed voor zichzelf kunnen zorgen, nemen het heft in eigen handen maar op een verkeerde manier, ze domineren zo'n buurt. Je kunt je afvragen waar sociale cohesie eindigt en sociale terreur begint.
Overlast en verloedering zijn zichtbaar. Criminelen, klein en groot, dreigen woningen en pleinen over te nemen. Drugsoverlast en illegale bewoning zijn allang niet meer iets van de grote steden in de Randstad alleen. In deze buurten leven, laat staan samenleven, is steeds moeilijker geworden. In onze ogen is dit dé sociale kwestie van dit moment.

Buurten moeten weer terug naar de bewoners. Initiatiefrijke bewoners staan er nu nog te vaak alleen voor. En als buurten geterroriseerd worden, neemt de zelfredzaamheid verder af. De overheid moet sneller overlast, verpaupering en sociale misstanden aanpakken. Dat vergt verantwoordelijkheid nemen in plaats van afschuiven. Niet een terugtredende overheid maar een optredende overheid.
Allereerst het steunen door gemeente en corporaties van alle mensen die zich iedere dag weer inzetten voor de buurt.

De grootste ergernis van mensen is overlast en onveiligheid. De aanwezigheid van politie in de buurt is natuurlijk onmisbaar. Professionele wietteelt rukt in sommige wijken op. Het kost schaarse woonruimte. Stank, brandgevaar en waterschade zijn het gevolg. Criminele bendes krijgen straten in hun greep. Maar ook illegale verhuur en uitbuiting door huisjesmelkers moet stoppen door sluiting en zonodig onteigening van deze panden. Gemeenten en corporaties maken hier nog te weinig werk van of lijken te worden belemmerd door privacywetgeving of onvoldoende medewerking van de gemeente. Onder het motto 'van huurbescherming naar buurtbescherming', steun ik het idee van de Rotterdamse deelraadbestuurder, Dominic Schrijer, voor het wettelijk mogelijk maken van preventieve woninginspectie in door de gemeenteraad aangewezen buurten.

Bij het tegengaan van illegale bewoning zullen ook mensen op straat komen te staan die een nieuwe woning nodig hebben. Het zijn vaak kwetsbare groepen als illegalen, kansarme migranten, (ex)-psychiatrische patiënten, tienermoeders, slachtoffers van huiselijk geweld, verslaafden of ex-delinquenten die van dag tot dag trachten hun hoofd boven water te houden. Ze hebben geen stabiele woonsituatie of inkomen. Woningbouwcorporaties en gemeenten moeten samen zorgen voor voldoende betaalbare huisvesting voor al die kansarme, kwetsbare groepen die de oude stadswijken bevolken. Voor veel van hen is zelfstandig wonen niet goed mogelijk. Sociale pensions, 'short stay' hotels, internaten en andere vormen van begeleid wonen zijn onmisbaar in elke stad. Zo zullen alle steden moeten werken aan de opvang en begeleiding van hun eigen verslaafden en dak- en thuislozen. Met voorzieningen verspreid over de wijken, zodat de lusten en lasten van de grote stad eerlijk worden verdeeld. Naast de aanpak van overlast en criminaliteit zijn opvang en zorg in de grote steden dus dringend nodig voor al diegenen die het kortere of langere tijd op eigen kracht niet redden. Anders leidt bestrijden van overlast tot verspreiden van overlast.

Door goede beheersmaatregelen kan sloop zelfs overbodig worden, mits de woningen van voldoende kwaliteit zijn uiteraard. In de Vogelenbuurt in Zeist bleek de inzet van politie, welzijnswerk en positieve ballotage (mensen moesten bewust kiezen voor de buurt) voldoende om de sociale problemen binnen proporties te houden. Sloop wordt nu niet meer overwogen als middel om de wijk upgraden, want de leefbaarheid is weer alleszins op orde.

Veel corporaties belijden dat principe wel op een hoog abstractieniveau, maar weigeren in concrete situaties over te gaan tot daadwerkelijke maatregelen. Zo woont de Amsterdamse stadsdeelwethouder Hans Luiten al veertien jaar in een corporatiewoning. Hij heeft al die tijd nog nooit iets gehoord van zijn huisbaas. Als stadsbestuurder wil hij afspraken maken voor buurtconciërges en huismeesters. Hij krijgt ondanks alle goede bedoelingen van het Woningbedrijf Amsterdam geen poot aan de grond. Terwijl het wel maatregelen zijn, die leefbaarheid wijken beter maken. En daar was het om begonnen.

Thans bestaat de samenwerking tussen gemeenten en corporaties vooral uit het verdelen van geldstromen. Zo heeft de gemeente Leiden met de corporaties alleen doelafspraken gemaakt over aantallen te vervangen en te renoveren woningen en de financiën. Maar er moeten ook afspraken gemaakt worden over hoe de leefbaarheid te verbeteren. Het is logisch dat de grootste huurbazen in buurten hier een belangrijke rol in spelen. Natuurlijk zijn afspraken over investeringen en exploitatietekorten noodzakelijk. Maar te vaak worden ze de belangrijkste factoren in het besluitvormingsproces, terwijl het bevorderen van de leefbaarheid om meer vraagt dan geld voor fysieke ingrepen. Het gevolg is dat de afspraken om buurten te verbeteren een te lage ambitie hebben waar bewoners dan terecht tegen te hoop lopen.

Corporaties kunnen zelf bepalen hoe ze met deze sociale kant van het beheer omgaan. De huidige papierwinkel van het BBSH (Besluit Beheer Sociale Huursector) werkt onvoldoende. Er zijn meer en andere prikkels nodig om de corporaties aan te zetten ook die sociale meerwaarde in te vullen. Bewoners en gemeenten moeten weer een stem krijgen in het bepalen van de prioriteiten van de corporaties. In the end moet het zelfs mogelijk zijn om het management van corporaties weg te sturen.

Morgen beginnen met diverse wijken
Het gaat om een evenwichtige samenlevingsopbouw naast kwalitatief goede woningen. Het enige instrument dat wij bespreekbaar durven maken in herstructurering is die diversiteit in woningaanbod. Daarmee wijzen we mensen direct niet aan, maar creëren we omstandigheden waardoor we uiteindelijk ook mensen dwingen of de ruimte geven.
Door te focussen op fysieke maatregelen bereiken we die differentiatie pas over zo'n tien jaar of zelfs later. Maar ook zonder (ver)bouwmaatregelen kun je differentiatie bevorderen. En daar kun je morgen al mee beginnen. Met een positief model, zoals het scheef wonen bevorderen in plaats van te bestrijden.

Tot nu toe worden mensen met hogere inkomens geweerd uit wijken met veel goedkope woningen. Het is beter voor de differentiatie om die hekken rond een buurt weg te halen en het scheef wonen hier te bevorderen. In Bos en Lommer stimuleert men het scheef wonen door de complexen open te stellen voor studenten en mensen met een hoger inkomen. Dat werkt. Tegen deze achtergrond is het onverstandig om aan het bestrijden van scheef wonen de hoogste prioriteit toe te kennen.

De bestaande woonruimteverdeling, waar mensen met een lange woonduur de beste woningen krijgen, vergroot de segregatie en verkleint de keuze vrijheid van mensen die het slechtste wonen. Gevolg is dat in goedkope woningen in randgemeente en betere buurten mensen met meeste kansen instromen. Woonruimteverdeling kan juist een belangrijk middel tot differentiatie zijn, waar veel te weinig gebruik van wordt gemaakt. Het gericht toewijzen van woningen en het weren van tweede kans huurders uit straten en portieken, die al overladen zijn met problemen. Dat is in veel steden al de praktijk. Een praktijk die meer benut moet worden. Voorwaarde is wel dat dit in alle openheid en dat het door de gemeenteraad gesanctioneerd gebeurt.

Andere varianten die denkbaar zijn: in bepaalde complexen voorrang geven aan mensen met werk en mensen die Nederlands beheersen. Ballotage via de woonruimteverdeling moet dus vaker worden ingezet om bepaalde groepen te spreiden om zo de toestroom van nieuwe problemen te beperken zodat de buurt er op eigen kracht weer bovenop kan komen. Niet op stadsniveau, maar wel in bepaalde straten en portieken. In de stedelijke herstructurering moet je dit soort instrumenten durven inzetten. Inkomenseisen om mensen uit te sluiten vind ik ongewenst en dat werkt contraproductief. Ongewenst omdat het niet zozeer gaat om wat iemand verdient maar hoe hij in het leven staat. Contraproductief omdat mensen met de laagste inkomens dan aangewezen raken op illegale circuit. In de jaren zeventig zijn de meeste gastarbeiders bij particuliere huisjesmelkers in een beperkt aantal wijken terecht gekomen, omdat ze bij corporaties geweerd werden.
De bestaande Huisvestingswet moet zonodig aangepast worden om door gerichte woonruimteverdeling op buurt, straat of complexniveau de diversiteit en leefbaarheid van buurten vanaf morgen te verbeteren. Vreemd is dat minister Dekker dit geen prioriteit geeft.

Tot slot
Een herstructureringsproject duurt als het mee zit tien jaar en geeft veel onrust en nog meer verloop. De buurt wordt op korte termijn slechter. De urgentie van de sociale kwestie in de steden is zo groot dat we vanaf dag één resultaten moeten boeken. Faseer de ingrepen, maar besteed meer aandacht en meer geld aan een goed beheer, zodat vanaf het begin resultaat zichtbaar is en er minder reden is om de verhuiswagen voor te laten rijden voor de mensen die het kunnen betalen. En dat de kansen en zorg voor mensen vanaf dag één beter worden, zodat de emancipatiemachine die de stad moet zijn, weer ongestoord kan werken. Met een nadrukkelijke inbreng van bewoners, die zich op positieve wijze willen inspannen voor hun buurt.

Staf Depla

Lid Tweede Kamer PvdA

Voetnoot: met dank aan Josine Crone die de redactie van het essay heeft verzorgd.

Vorige pagina