Artikel in VVO Magazine 3 over werkbezoeken PvdA aan vmbo

Haagse kaasstolp, Rotterdamse werkelijkheid

(door Mieke Aarts)

Op 3 november hebben PvdA-Kamerleden een bezoek gebracht aan een twintigtal vmbo-scholen. Ze wilden met eigen ogen zien wat er waar en onwaar is van alle, doorgaans negatieve, berichtgeving rondom het vmbo. VVO Magazine liep de hele dag mee met PvdA-onderwijsspecialist Mariëtte Hamer, die de G.K. van Hogendorpschool in de Rotterdamse wijk Delfshaven bezocht. Daarnaast vertelt Staf Depla, als niet-onderwijsdeskundig Kamerlid, over zijn bevindingen op het Utrechtse Vader Rijn College.

Als Mariëtte Hamer 's ochtends om acht uur de docentenkamer van de Van Hogendorpschool binnenkomt, ziet ze de Volkskrant van die dag op tafel liggen. De toon is meteen gezet, want daarin staat een artikel van de hand van SP-kamerleden Marijnissen en Vergeer, met als kop "vmbo laat zwakke leerlingen vallen." Een diepe verzuchting en de mededeling dat ze de week ervoor over dit onderwerp ook al een fikse aanvaring met SP'er Van Bommel heeft gehad. De manier waarop het SP-rapport Het vmbo verdient beter door de media wordt opgepakt én de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd lijken het onontkoombare lot van het vmbo. Hamer kreeg dat ook bevestigd toen ze verschillende malen kranten, radio- en tv-programma's vroeg verslag te doen van dit werkbezoek. De media toonden weinig belangstelling voor een als goed bekend staande vmbo-school. Hamer is er zich overigens terdege van bewust dat je als PvdA'er dubbel verdacht bent als je je positief over het vmbo uitlaat, haar partij wordt immers gezien als de hoeder van het huidige bestel.

De Van Hogendorp werkelijkheid
Ze hoopt vandaag een genuanceerd beeld voorgespiegeld te krijgen, evenals het Rotterdamse PvdA-raadslid Jantine Kriens en het Delfshavense PvdA-deelgemeenteraadslid Ineke Geerdink, die haar vergezellen. Aan schooldirecteur Gerard Soetman zal het niet liggen, niet voor niets heeft hij op de wand van de docentenkamer met grote letters 'alle hens aan dek' laten schilderen. Zijn personeel kan niet om dit motto heen, en als je je er niet in kunt vinden, dan kun je maar beter een andere school zoeken, wat in het recente verleden dan ook herhaaldelijk gebeurd is. Iemand als Arno Tavenier, gymnastiekleraar en 'excursieleider' voor Hamer, raakt Soetman echter liever niet kwijt. Tavenier staat symbool voor het type docent waar een school als deze het van moet hebben: zeer gemotiveerd, bouwend aan een veilig schoolklimaat, aan het ontwikkelen van sociale competenties van leerlingen en aan actieve betrokkenheid van ouders en buurt bij de school. Afgelopen voorjaar ontving hij daarom de Zilveren Veiligheidsspeld van de gemeente Rotterdam.
Het programma dat Tavenier en Soetman de politici aanbieden is overladen: rondleiding door het gebouw (een voormalige meisjesschool), absentenregistratie, lesbezoeken, gesprekken met docenten en leerlingen en gesprekken met twee buurtorganisaties waarmee de school nauw samenwerkt, Delmatur en After School. De dag wordt afgesloten met een evaluatiebijeenkomst in het Rotterdamse stadhuis.
Hamer maakt optimaal gebruik van de gelegenheid vragen af te vuren op alle gesprekspartners. Weliswaar loopt alles daardoor uit, maar het levert een gedegen beeld op van de vmbo-werkelijkheid, dat wil zeggen de Van Hogendorp vmbo-werkelijkheid. Alle gesprekspartners tonen daarbij een grote openheid: problemen worden niet verdoezeld, maar betrokkenheid en optimisme voeren de boventoon. Een greep uit de gespreksonderwerpen: kerndocentschap, pabo-gediplomeerden, investeren in systematische relaties met ouders en buurtorganisaties, ICT en digitaal trapveldje, al dan niet centraal examineren, de rigiditeit van de huidige leerwegenstructuur, duidelijke schoolregels en streng toezicht op handhaving, vakintegratie in leerjaar 1 en 2 (Soetman spreekt consequent van onderbouw i.p.v. basisvorming). De leerlingen die met Hamer spreken tonen zich van hun bedeesde kant, hebben wel het een en ander aan te merken op de school, maar zijn tevreden over het niveau waarop ze les krijgen, "niet te moeilijk en niet te makkelijk", en de manier waarop ze door docenten en mentoren serieus worden genomen.

De aarde is rond
Het Utrechtse Kamerlid Staf Depla brengt dezelfde dag een bezoek aan het Vader Rijn College in de door hem 'geadopteerde' wijk Overvecht, in gezelschap van collega's Dijsselbloem en Samsom. Directeur Bart Engbers is geen onbekende in onderwijsland. Hij was en is regelmatig in de publiciteit, wat hem vanuit vmbo-kringen zowel bijval als afkeuring oplevert. Depla c.s. krijgen een dagvullend programma voorgeschoteld, hij volgt zelf een eerste klas, Samsom een examenklas en Dijsselbloem mag met de conciërge mee (wat hij niet licht zal vergeten). Het programma geeft Depla veel ruimte om zelf te ervaren hoe deze vmbo-leerlingen in elkaar steken, wat hen al dan niet motiveert, wat nut en noodzaak van strenge schoolregels zijn, en welke filosofie achter de onderwijskundige aanpak van het Vader Rijn College steekt. Een aanpak die kort geformuleerd neerkomt op 'ruimte geven aan kinderen die willen leren.' Zelf heeft Depla trouwens ook iets geleerd die dag: het via Internet achterhalen van het antwoord op de vraag waaróm de aarde rond is, een opdracht die één van 'zijn' leerlingen moet maken, blijkt nog knap lastig.
In het gezamenlijke gesprek met Engbers, tussen het ochtend- en middaggedeelte in, heeft de directeur de gelegenheid zijn voornaamste punten toe te lichten: zorgen om de te verwachten bezuinigingen op het onderwijsachterstanden beleid; onvrede over de lerarenopleiding en de wens zelf leraren op te gaan leiden; het deels loslaten van de basisvorming en het aanleren van competenties centraal stellen; geen discussie meer over zwarte en witte scholen, maar "gewoon zorgen dat je goed bent." Conclusie van Depla: "een mooie dag om de hele tijd in zo'n groep door te brengen. Met kinderen die willen leren, niks willen leren, niks kunnen leren en alles wat er tussen zit. En dan de leerkrachten die dat vol moeten houden. Ze hadden er plezier in maar je moet wel incasseren."

Politieke relevantie
Wat blijft er nu hangen van zo'n werkbezoek, waarmee een politicus terug kan naar de Tweede Kamer? De evaluatie met haar partijgenoten de ochtend na de schoolbezoeken levert volgens Hamer een aantal duidelijke constateringen op.
In de eerste plaats de hartenkreet van de vmbo-scholen aan de bezoekende Kamerleden om hen te helpen om van het slechte imago af te komen. Een beeld van malaise dat, zoals ze nu zelf hebben kunnen ervaren, niet strookt met de grote motivatie op de scholen zelf, niet alleen bij de schoolleiding, ook bij docenten en bij leerlingen.
Hamer heeft die dag ook zelf kunnen vaststellen hoe belangrijk het is aandacht te besteden aan de sociale kant van vmbo-leerlingen. Veel leerlingen op de Van Hogendorpschool hebben een achtergrond die een succesvolle schoolcarrière niet vanzelfsprekend maakt. Contacten met ouders om het leren van de kinderen op gang te brengen en te houden zijn daarom noodzakelijk vindt ze. De Van Hogendorpschool werkt daarvoor op een systematische wijze samen met de migrantenorganisatie Delmatur, die ook voor tolken zorgt. Het is volgens Hamer dan ook belangrijk dat het achterstandenbeleid niet afgebroken wordt, dat is het kind met het badwater weggooien.
Ze benadrukt verder dat het voor het gevoel van eigenwaarde van de leerlingen en personeel belangrijk is in een goed gebouw te zitten. Wat de definitie daarvan is, blijkt tijdens het bezoek niet eenduidig. De nostalgische gevoelens die de met liefde en smaak gerestaureerde en ingerichte Van Hogendorpschool bij de bezoeksters oproept, blijken door de leerlingen niet gedeeld te worden. Zij vinden hun gebouw nogal suf, vooral van buiten, en missen de oude bankjes die de kantine voor de restyling sierden. Op onderwijsinhoudelijk gebied heeft het vmbo-bezoek inmiddels al tot vragen aan minister Van der Hoeven geleid, tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting begin november. Hamer wenst een soepeler opstelling van de minister inzake het aanstellen van docenten. Veel vmbo-scholen nemen docenten in dienst met een pabo-diploma, en dat is niet uitsluitend uit arbeidsmarktoverwegingen. Op de Van Hogendorpschool is het juist beleid, omdat met vindt dat deze docenten, met een aantal jaren groep-acht-ervaring, pedagogisch beter onderlegd zijn dan de 'klassieke' tweedegraders. Vmbo-scholen moeten echter iedere keer een ontheffing aanvragen voor het aanstellen van een pabo-gediplomeerde. Een verruiming van de mogelijkheden geeft bovendien extra carrièrekansen voor een groep mensen in het onderwijs, aldus Hamer.
Haar tweede vraag betreft de flexibilisering van leerwegen en examens. De huidige leerwegenstructuur dwingt leerlingen in feite in een keurslijf: het zwakste vak bepaalt de 'keuze' voor een leerweg, omdat je niet op verschillende niveaus - lees leerwegen- examen mag doen. Examinering in verschillende leerwegen zou meer recht doen aan de capaciteiten van de leerlingen. De minister heeft aanvankelijk te kennen gegeven niets te voelen voor deze twee voorstellen van PvdA-zijde. Een motie van Hamer over onder andere deze twee punten is echter inmiddels door een Kamermeerderheid aangenomen; de minister zal ermee aan de slag moeten. De marges van de wet. Hoewel beide Kamerleden hun werkbezoek als een positieve ervaring zien, is er wel verschil in interpretatie over hoe initiatieven van vmbo-scholen zich verhouden tot de bestaande wetgeving. Depla vraagt zich hardop af hoe ver je betrokken mensen moet laten gaan in het opzoeken van de grenzen. Hoe ver moet je als volksvertegenwoordigers durven gaan om onderwijsprofessionals hun eigen systeem te laten maken? Hij ziet niet op voorhand bezwaren tegen het overschrijden van de marges van de wet. Immers, "van deze gemotiveerde mensen moeten we het hebben." Hamer erkent dat veel schoolleiders min of meer gedwongen worden om de marges van de wetgeving op te zoeken en dat vindt ze geen goede zaak. De regelgeving zou meer ruimte moeten bieden. Anderzijds is ze van mening dat een zoveelste structuurwijziging niet helpt, dat vergt behoedzaamheid. En na dit werkbezoek is nog duidelijker geworden dat je je, als je nieuwe wetsvoorstellen doet, wel op de praktijk moet baseren. Ze vraagt zich af of dat met het huidige voorstel voor vernieuwing van de basisvorming voldoende gebeurd is.

Kader
In het kader van 'weg uit de Haagse kaasstolp' gaan PvdA-parlementariërs regelmatig het land in om van zelf te ervaren hoe het met Nederland gesteld is. Er zijn een aantal maatschappelijk hete hangijzers gekozen. Per thema gaan zoveel mogelijk PvdA-parlementariërs op dezelfde dag op werkbezoek, onafhankelijk van hun eigen portefeuille. De bezoeken worden gecoördineerd door kamerlid Staf Depla, secretaris partij en campagne. 3 november jl. mocht het vmbo zich in de belangstelling van de PvdA-ers verheugen. Op de vraag waarom juist het vmbo deze eer te beurt valt, verklaart Hamer dat dat enerzijds is vanwege het feit dat Kamerleden zelf wel veel óver het vmbo praten maar er uit eigen schoolervaring vrijwel niets vanaf weten. En anderzijds vanwege de noodzaak het vmbo beter en positiever op de kaart te krijgen.
Ongeveer de helft van de fractie is daadwerkelijk gegaan. De bezochte scholen zijn heel divers gekozen, uit een mix van reeds bestaande contacten van individuele Kamerleden en partijpolitiek belang. Vandaar de oververtegenwoordiging van vmbo-scholen in grotere plaatsen: de winst bij de laatste verkiezingen is immers behaald in de grote steden. Daarmee trekt ook de PvdA de vmbo-discussie in de sfeer van de grootstedelijke problematiek. Het is de bedoeling het werkbezoek niet tot een geïsoleerde gebeurtenis te laten verworden. Een door onderwijsspecialist Hamer samengestelde informatiemap heeft de Kamerleden voorbereid op hun bezoek. De ochtend erop hebben ze meteen hun ervaringen uitgewisseld in een fractiebijeenkomst. Op 22 november organiseerde de PvdA in Leiden een kennisfestival, het vmbo was één van de thema's. PvdA-Kamerleden hebben met betrokkenen en deskundigen de belangrijkste problemen en oplossingen geïnventariseerd. Dit alles om de partij te helpen bij het aanscherpen van haar politieke agenda inzake vmbo. Begin april zullen dezelfde Kamerleden teruggaan naar 'hun school'. "Dan laten we zien" , aldus Depla, "dit hebben we ervan gemaakt, dit hebben we met jullie ideeën en signalen gedaan."
Bovendien blijven de contacten tussen de Van Hogendorpschool en Hamer niet beperkt tot deze ene dag. Haar bezoek vormt de start van het 'scholen-detectiveproject': een intensiever contact van langere duur tussen Hamer, de Rotterdamse raadsfractie en het kenniscentrum van de PvdA met de Van Hogendorpschool.

Kader
De G.K. van Hogendorpschool is één van de vijf vestigingen van de Rotterdamse Scholengemeenschap (rSg), telt zo'n 300 leerlingen, uitsluitend sector economie (handel/administratie en ICT) in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg en is ICT- volgschool.

Het Vader Rijn College telt ongeveer 700 leerlingen en biedt drie sectoren: economie, zorg/welzijn en techniek, in alle leerwegen (lwoo tot vmbo-t)

Vorige pagina