| Tijdschrift Rood van februari 2009
Op zoek naar echte problemen en werkende oplossingen. Dat was het idee achter het bezoek dat PvdA-Kamerleden en bewindslieden vorig jaar november brachten aan vmbo-scholen. Het resultaat wordt samengevoegd in een boekje met aanbevelingen voor hert vmbo. Rood volgde een aantal Kamerleden. 'Het leek hier wel een pretpark'Een half miljoen kinderen gaat dagelijks naar een vmbo-school. Op veel van die scholen gaat het goed, maar er zijn ook problemen op het vmbo. De PvdA Tweede Kamerfractie wil deze problemen oplossen. Ze komt in februari met een nieuwe agenda om daar waar nodig de kwaliteit van het vmbo te verbeteren. Niet door nieuwe blauwdrukken, maar door praktische aanbevelingen uit de praktijk, door de lessen uit het rapport van de commissie Dijsselbloem ter harte te nemen en als opvolger van het boekje Lang leve het vmbo! dat de fractie in 2004 maakte.Van zorggericht naar prestatiegericht Onderwijswoordvoerder Staf Depla en Jeroen Dijsselbloem bezochten in Utrecht het Delta college, dat onlangs door de onderwijsinspectie als zeer zwak werd bestempeld. Ank Jeurissen, sinds mei directeur van het Delta College, zag de publicatie op de lijst van de inspectie aankomen: 'Kort gezegd is er veel aandacht geweest voor het sociaal-emotioneel welbevinden van leerlingen en weinig aandacht voor de kerncompetenties van kinderen. Maar er moet natuurlijk wel gepresteerd worden. We zijn nu intensief bezig dat te veranderen.' De locatiedirecteur Guus Peek vult aan 'Docenten hebben jarenlang gewerkt aan de veiligheid op school. Dat was hun focus. Nu moeten ze die verleggen van de sociaal emotionele begeleiding naar leerprestaties. En dat is niet voor iedereen op school een gemakkelijke opgave'. Toen in de jaren '90 heel veel allochtone kinderen de school instroomden, lag de nadruk op het scheppen van een warm klimaat, waarin de problemen van en met de kinderen beheersbaar bleven en er een zorgstructuur kon worden opgebouwd. Er werd niet gekeken naar wat kinderen kunnen. 'Ze werden wellicht niet genoeg uitgedaagd,' stelt Ank Jeurissen. 'Dat zie je onder andere aan het feit dat met name hun taalvaardigheid ver beneden peil is. Dat kan natuurlijk niet. De resultaten van leerlingen zijn belangrijker dan het leuk en gezellig omgaan met je klas.' Leerlingen vinden het belangrijk dat schoolregels worden gerespecteerd. Erva uit klas V1A: 'De leerlingen zijn veel te vrij op school. Een heleboel komen niet om te leren, daarmee verpesten ze het voor degenen die wel willen leren, De leraren pakten dit probleem niet aan. Het leek hier wel een pretpark. Gelukkig wordt er nu strenger opgetreden. Want ik kom naar school om te leren.' In het gesprek met leraren vertelt de docent beeldende vorming en cultuur en mentor van klas 2 van het Delta college, dat hij niet zo wakker ligt van de slechte kwalificatie van de inspectie. 'Wie zit er nu op zo'n kwalificatie te wachten? Er wordt eenzijdig naar examenresultaten gekeken, Er komt nooit iemand langs die vraagt of de kinderen het naar hun zin hebben. Wij hebben heel lang te horen gekregen dat het belangrijkste op school de veiligheid was. Nu hebben we een school waar het best veilig is, en nu moet het opeens weer helemaal anders.' De docent techniek vult aan: 'De inspectie is heel strak op de feiten gericht. Onze leerlingen komen van Kanaleneiland en Lombok. We hebben deze leerlingen wel op school weten te houden. Maar dat wordt niet meegenomen in het rapport.' Aansluiting van vmbo op ROC Fractievoorzitter Mariëtte Hamer ging met kamerlid Chantall G'illard op bezoek bij de G.K. van Hogendorpschool in Rotterdam Delfshaven. Deze school was een van de inspiratiebronnen voor de aanbevelingen het boekje Lang leve het vmbo, waarmee de fractie in 2004 kwam. De school werkt met kerndocenten, dat wil zeggen dat een docent voor een groot deel van de lesuren verantwoordelijk is voor een vaste groep leerlingen. Deze school heeft, ook al staat hij in een Vogelaarwijk, een gemiddelde doorstroom naar het mbo van 99,9 procent en een slagingspercentage van 98 procent. Toch is de doorstroom van het vmbo naar de mbo volgens docenten Ruud en Barry problematisch. 'Er is moeizaam contact met de mbo's in de buurt. Veel ROC's zijn te groot en autonoom. Het komt zelfs voor dat leerlingen op het mbo de vaardigheden die zij op het vmbo geleerd hebben weer verliezen.' Ook maken de leraren zich zorgen over het enorme aanbod aan opleidingen. 'Het wordt voor de vmbo-leerlingen steeds moeilijker om uit de enorme brij aan opleidingen een goede keuze te maken. De verwachtingen van de leerlingen over het ROC zijn ook vaak te hoog gespannen en het komt regelmatig voor dat een leerling een verkeerde keus maakt.' Daarom pleiten de twee docenten ervoor dat de leerlingen eerst twee jaar basis-mbo volgen en dan pas een keuze maken. 'Dat geeft ze meer lucht, ze kunnen zich beter oriënteren en het zorgt ook voor minder teleurstellingen.' Daarnaast is er veel verschil in het eindniveau van de vmbo-leerlingen. Er zou veel meer 'op maat' gewerkt moeten worden met de leerlingen. Voor de zwakkere leerlingen stelt deze school een extra jaar voor. Leerlingen blijven op deze manier niet zitten, wat een hele negatieve connotatie heeft, maar ze krijgen een jaar extra om hun vmbo op een goed niveau te voltooien. Maatwerk Kamerleden Diederik Samsom en Khadija Arib gingen naar het Technisch College in IJmuiden. Op het Technisch College is veel aandacht voor maatwerk en voor het aanleren van een ambacht. Schooldirecteur Ruud Porck: 'De roep om vakmanschap zal er altijd blijven.' De school heeft het nieuwe leren vijf jaar geleden omarmd: leerlingen zijn erg vrij en houden hun eigen portfolio bij. Alleen bij vakken als Nederlands en wiskunde bleek de 'intrinsieke motivatie wel erg laag' en worden daarom nog wel klassikaal aangeboden. Kinderen krijgen gedurende hun hele schooltijd de verantwoordelijkheid die ze aankunnen. Daarnaast wordt er zo veel mogelijk maatwerk geboden. Zo kent de school sinds kort de technische mavo (die officieel vmbo gemengde leerweg heet). Het voordeel voor deze leerlingen is dat ze al in de eerste jaren van hun middelbare school een praktijkvak krijgen, terwijl ze op hoog vmbo-niveau, dat van de theoretische leerweg, les krijgen. Volgens Porck is het geheim van het slagen van zijn school dat hij een groep hele goede leraren heeft. 'De docenten staan voor hun vak en geven de leerling indien nodig individuele sturing. Het echte geheim is passie voor de kinderen en een positieve benadering.' Porck wijst er wel op dat de manier waarop de school met de leerlingen omgaat, erg arbeidsintensief is: 'We willen allemaal maatwerk, maar daarvoor zijn wel kleinere groepen noodzakelijk. En dus meer geld voor leraren.' Veel van de problemen die in de bovenstaande bezoeken aan de orde zijn gekomen komen ook terug in het boekje met aanbevelingen uit de praktijk om deze problemen aan te pakken. Het boekje is de agenda die richting geeft aan de wijze waarop de PvdA zich de komende jaren voor het VMBO wil inzetten. Een aantal voorstellen op een rijtje: Commissie Dijsselbloem In februari 2008 deed de parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Jeroen Dijsselbloem onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen in Nederland. Het vmbo, dat in 1999 werd ingevoerd, was een van die onderwijsvernieuwingen. De verandering kwam bovenop de eerdere invoering van de basisvorming. De gedachte achter de basisvorming en de invoering van het vmbo was dat leerlingen die een extra steuntje in de rug nodig hadden, op deze manier 'opgetrokken' konden worden naar een hoger niveau. De basisvorming gaf ze een breed pakket theoretische kennis en het voorbereidende beroepsonderwijs zou beter aansluiten op de vervolgopleidingen (ROC) en de arbeidsmarkt. Ook moest het onderwijs beter worden afgestemd op de verschillende leerniveaus van de kinderen. Deze doelstellingen werden nooit gehaald. Integendeel; de basisvorming zorgde ervoor dat veel meer praktisch ingestelde leerlingen de hoeveelheid theorie nooit konden bevatten. En de invoering van het vmbo voelde voor veel schoolleiding en leraren als een van bovenaf opgelegde blauwdruk die in de praktijk nooit haalbaar bleek en meer problemen opleverde dan het oploste. De onderwijsinstellingen werden leerfabrieken waar geen persoonlijke aandacht was voor leerlingen met allerlei gevolgen van dien: schooluitval, onveilige scholen, slechte aansluiting vmbo op het mbo. De commissie Dijsselbloem kwam met een scherpe conclusie: De overheid is er in al die jaren niet in geslaagd om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen. Bij de aanvang van het vmbo is onvoldoende rekening gehouden met de verschillen tussen leerlingen. De meest kwetsbare leerlingen zijn daarvan de dupe geworden. Vorige pagina |