Tweede-Kamerleden en Rode Ingenieurs

ir. Staf Depla (Cultuurtechniek 1986)
'Voor het Wageningen van rond 1980 was de PvdA te gematigd'

ir. Jeroen Dijsselbloem (Landbouweconomie 1991)
'Ik ben opgegroeid in Son, maar daar heb ik veel minder mee dan met Wageningen'

'De politiek heeft ook de rol mensen een spiegel voor te houden'

Tekst: Martin Woestenburg

De Wageningse ingenieurs Staf Depla en Jeroen Dijsselbloem zijn constant op campagne voor de PvdA. Als het trio De Rode Ingenieurs reizen de Tweede-Kamerleden samen met hun Delftse collega Diederik Samson het hele land door. Vandaag niet. Depla is voor de gelegenheid op bezoek bij Dijsselbloem in Wageningen, de 'city of life sciences'. Beiden vinden die officiŽle benoeming wel passend, maar is de kennisstad niet wat klein voor zulke grote ambities?

Voor het huis staat een rode fiets geparkeerd, met achter op de bagagedrager een bordje met www.pvda.nl. 'Constante campagne', legt ir. Jeroen Dijsselbloem uit, die kort geleden weer naar Wageningen is verhuisd. Zijn collega ir. Staf Depla loopt bewonderend door de nieuwe woning. De Wageningse Rode Ingenieurs zijn Brabanders - beiden geboren in Eindhoven - al hebben ze meer nostalgisch gevoel voor Wageningen dan voor hun geboorteplaatsen. 'Ik ben opgegroeid in Son, maar daar heb ik veel minder mee dan met Wageningen', zegt Dijsselbloem. Depla en Dijsselbloem hebben niet gelijktijdig in Wageningen gestudeerd. Depla begon in 1978 aan de studie Cultuurtechniek. 'Ik wilde wis- en natuurkunde gaan studeren, maar ook het huis uit. Ik had wel iets met groen, had een moestuin, dus werd het Wageningen.' Dijsselbloem, uitgeloot voor Diergeneeskunde in Utrecht, begon in 1985 aan Veeteelt. 'Die studie heb ik zes weken volgehouden. Toen ben ik gillend weggelopen. De studenten vielen in twee groepen uiteen; een groep wilde zo snel mogelijk Diergeneeskunde doen. En dan had je een kliekje boerenzoons. Ik twijfelde erg bij welke groep ik me zou aansluiten.' Uiteindelijk studeerde hij af in de landbouweconomie.

Richtingenstrijd
Eenmaal in Wageningen dompelt Depla zich onder in het studentenleven. Hij was in Eindhoven lid geweest van de Jonge Socialisten, maar voor het Wageningen van rond 1980 was de PvdA te gematigd, herinnert hij zich. 'Je kwam types tegen als Luuk Bakker, Leen Verschoor, Aat Bal, Henk Spaan en Dick Oele. Die stonden op het station foldertjes uit te delen van hun maoÔstische club. Ik stemde op de CPN en de PSP.' Tijdens de Wageningse Lente - in 1980 de laatste grote studentenactie in Nederland - was Depla een van de studenten die vijf weken in het hoofdgebouw van de Landbouwuniversiteit leefden.
Depla herinnert zich de Wageningse Lente nu als een omslag in de studentenacties. 'Het ging niet meer om de materiŽle positie van de studenten, maar om de maatschappelijke functie van het onderwijs in het algemeen, om de verantwoordelijkheid die je als wetenschapper had voor de spreiding van kennis, macht en inkomen. Dat is uit de hand gaan lopen met de Habermassianen, de aanhangers van filosoof JŁrgen Habermas. Kennis was macht en macht was vies. Daar kreeg je toen bij de vakgroep Wetenschap en samenleving nog een hele richtingenstrijd over. Toen ben ik naar de Boerengroep gegaan. Ik dacht: mag het nog een beetje praktisch blijven. Ik heb ook nog een tijdje in de Faculteitsraad gezeten. Er was nog een hele rel toen de vakgroep Voeding het eerste contractonderzoek van Heinz kreeg. Nou, dŠt vonden we een schande.'
'Ik heb me vooral tussen de Wageningers begeven', herinnert Dijsselbloem zich. 'Tijdens de kruisrakettendemonstraties van 1981 ben ik politiek bewust geworden, en toen had ik het idee dat ik, als ik op kamers zou gaan, lid zou worden van de PvdA.' In zijn studententijd werd Dijsselbloem een actief lid. 'Ik heb jarenlang het PvdA-blaadje gemaakt, en later ben ik de gemeenteraad ingerold.' Daarnaast werkte hij in het Volkshuis op de Vergersweg - 'biertjes tappen voor de FNV-leden die na hun vergaderingen doorzakten' - en bij drukkerij Vada. Voor de echte Wageningers waren Dijsselbloem en Depla duidelijk student. 'In het Volkshuis moest ik als Eindhovenaar honderd keer aanhoren dat FC Wageningen ooit met 6-1 van PSV had gewonnen.' Depla was een van de eerste studentleden van waterpolovereniging De Rijn, al had Frť Pepping - nu secretaris van de Wageningse onderzoeksschool VLAG (Voeding, Levensmiddelentechnologie, Agrotechnologie en Gezondheid) - daar de weg voorbereid. 'Hij was voor de Wageningers de verpersoonlijking van al die wijsneuzen. Ik en mijn broer waren de volgende studentenleden. Voor ons was het wat makkelijker om te mengen met Wageningers, want je was in vergelijking met Frť al snel een normale student.'

Kleine revolutie
Nu is Wageningen officieel city of life sciences. Beiden vinden dat wel passend. 'De biotechnologie veroorzaakt een kleine revolutie in de processen waar Wageningers al tientallen jaren mee bezig zijn', stelt Dijsselbloem. 'Het verbeteren van gewassen, een hogere efficiŽntie in het gebruik van mest, bestrijdingsmiddelen en water. In plaats van dat je stapje voor stapje blijft sleutelen aan bekende technologie stelt biotechnologie ons in staat een grotere stap te maken in dezelfde lijn.'
Toch ontstaat er een discussie. Depla heeft het gevoel dat Wageningen wellicht wat klein is voor de grote ambities die life sciences inhouden. Dijsselbloem: 'Het enige wat je kunt verzinnen is dat TNO Voeding hierheen moet verhuizen, waar ik helemaal voor ben. Maar goed, daar ga ik niet over. Maar interessanter voor Wageningen is de komst van de researchafdelingen van grote voedingsmiddelenconcerns.' Depla: 'Je moet wel zorgen dat je jonge onderzoekers naar Wageningen krijgt.' Dijsselbloem: 'Maar die hoef je niet zelf op te leiden. In de tijd dat ik hier studeerde zag ik in Wageningen veel inteelt, qua ideeŽnvorming. Op de vakgroepen op de Leeuwenborch, waar ik vaak kwam, zaten vooral Wageningers.'
In 2001 gaven de PvdA'ers aan dat ze in Den Haag maar weinig hoorden uit Wageningen. Ze werden niet 'lastig gevallen' door Wageningers. Nu horen ze voornamelijk wat van DLO-instituten. Dijsselbloem: 'Die studies van Alterra - instituut voor de groene ruimte - over groene diensten en agrarisch natuurbeheer, die hebben wel een impact op de politieke discussie in Den Haag.'
Depla: 'Vooral qua langetermijndenken. In de politiek is het toch vaak een beetje op de vierkante millimeter werken. Voor je het weet heb je het als politicus alleen over de problemen van vandaag.' Zoals bij de melkveehouders in Noord-Holland. 'Bij het veenweidegebied krijg je dan bijvoorbeeld te maken met mensen die toch een beetje boer moeten kunnen blijven. Dus dan moet er wat met agrarisch natuurbeheer. Je bent een beetje aan het passen en meten. Terwijl als je over tien jaar kijkt...'
'Als politiek heb je natuurlijk ook de rol om de mensen een spiegel voor te houden. Laten we nou eens eerlijk zijn, laten we eens achterover hangen en kijken hoe het hier er over tien jaar uitziet. Is massaal agrarisch natuurbeheer wel een optie? Kijk eens naar je opvolgers. Willen die dat wel? En hoe duurzaam is het huidige waterbeheer vol te houden?'
'Het is logisch dat we bij dit soort vragen bij Alterra terechtkomen, want dat is de club die zich met dit soort vragen bezighoudt. De andere kant van Wageningen, de life sciences, is meer gericht op de kenniseconomie. Door die clubs moeten we vooral meer lastig gevallen worden met ideeŽn over hoe je met overheidsregulering, of juist niet, het klimaat voor de kennisontwikkeling beter maakt.'

Vestigingsklimaat
Voor vragen over het landelijk gebied is Wageningen volgens Depla en Dijsselbloem dus een logische plek, en voor life sciences zien beide kamerleden zeker mogelijkheden. Ze maken zich wel zorgen over het leefklimaat van Wageningen. 'WŪj zijn nog een beetje romantisch over Wageningen', zegt Depla met veel zelfkennis. 'Je moet maar eens met mensen aan de praat raken die nog nooit in Wageningen geweest zijn. De vraag is wat nu een prettig vestigingsklimaat is voor jonge kenniswerkers. Je hebt hier een gouden kans met het intercitystation in Ede. Dan kun je nog gaan stappen in Amsterdam, als het openbaar vervoer goed geregeld is. Je moet in dat soort termen gaan denken. Voor Eindhoven geldt hetzelfde. Daar zijn ze met Philips bezig om te kijken hoe je nu hoogwaardige mensen kan aantrekken.'
Wageningen UR zou zich dan ook krachtig moeten bemoeien met zaken als woningbouw, cultuur en horeca, vinden beiden. 'Wageningen is toch dorps', aldus Depla. 'In de kenniseconomie gaat het alleen nog maar om hoe je goede mensen vasthoudt en hoe je goede mensen aantrekt', vult Dijsselbloem aan. Daarbij is wat Dijsselbloem betreft het Binnenveld als plek voor woningbouw geen taboe. 'Nu is het al sterk aan het verrommelen. En tegelijkertijd moeten we het hart van het gebied, de meest waardevolle delen, ook ťcht gaan beschermen.' Samen met de gemeentes Veenendaal, Ede en Rhenen moet Wageningen groter leren denken qua ruimtelijke inrichting, en Wageningen UR moet stelling nemen en gaan voor goede culturele voorzieningen en goede woningen.
Het plan om van Hotel De Wereld een viersterren hotel annex restaurant te maken, is een goed voorbeeld, vindt Dijsselbloem. 'Vanuit de filosofie dat het kenniscentrum er belang bij heeft dat de voorzieningen op peil blijven, kun je zelfs denken aan het sponsoren van een bioscoop.'

Vorige pagina