12 maart 2009, Algemeen Dagblad

Eind aan bijbaantjescultuur

PvdA Tweede-Kamerlid Staf Depla vindt dat er een einde moet komen aan het aaneenrijgen van bijbaantjes door (oud-) politici. ‘Je kunt niet met droge ogen volhouden dat je met dertig nevenfuncties alles goed in de gaten kunt houden.’ Volgens Depla: “ik vind het vreselijk als ik hoor dat bestuurders pas bij de vergadering hun enveloppe met vergaderstukken openscheuren om te zien wat er eigenlijk wordt besproken”.

Depla: ‘Hun bestuurders vullen hun taak als toezichthouder niet goed in. In plaats van zich druk te maken over hun volgende fusie, moeten ze zich bekommeren over hun echte werk: het zorgen voor goede zorg, goed onderwijs en goed wonen. De fraude bij de woningcorporatie Rochdale en de financiële problemen bij de thuiszorginstelling Meavita tonen aan dat hun bestuurders hebben zitten slapen.’

Door de grote hoeveelheid nevenfuncties kunnen bestuurders en oud-ministers hun verantwoordelijkheid niet waarmaken. Nevenfuncties kunnen tot ongewenste situaties leiden, aldus Depla. ‘Zo is Elco Brinkman voorzitter van Bouwend Nederland, leidt hij ook de Zuidas-onderneming én is hij voorzitter van pensioenfonds ABP dat weer belegt in vastgoed. Ik denk dan echt: ‘Hallo Elco, hoeveel dubbele petten kun jij op je hoofd hebben?’’

Aantal bijbaantjes loopt spuigaten uit

Door GIJS KOREVAAR en AXEL VELDHUIJZEN

DEN HAAG - De baan van commissaris van de koningin is een van de meest overschatte functies van Nederland, zegt PvdA-Kamerlid Staf Depla met een schuine blik naar de lijst van bijbanen die commissarissen er op nahouden. Het zijn er tientallen en de meeste zijn heel goed betaald.

Depla, behalve Kamerlid ook bestuurder bij een Utrechtse amateurtoneelvereniging, ergert zich naar eigen zeggen groen en geel aan de baantjesjagerij van (oud-)politici. Volgens hem wordt een belangrijk deel van de scholen, woningbouworganisaties en zorginstellingen geleid door dezelfde kliek van mannen die grossieren in voorzitterschapjes en bestuurslidmaatschappen. Hij noemt het een ‘old boys network’ dat elkaar steeds weer aan een andere bestuurstafel ontmoet.

,,Dat sommige bijbanen elkaar ook behoorlijk in de weg zitten, speelt bij deze mensen geen rol. Maar kijk eens naar Elco Brinkman, de voorzitter van Bouwend Nederland, die ook de Zuidas-onderneming leidt én voorzitter is van het pensioenfonds ABP dat weer belegt in vastgoed. Ik denk dan echt ‘Hallo Elco, hoeveel dubbele petten kan jij op je hoofd hebben?’ Hij moet dat niet wíllen en de organisaties waar hij in het bestuur zit evenmin.’’

Depla vindt het vreselijk als hij hoort dat deze bestuurders pas bij de vergadering hun enveloppe met vergaderstukken openscheuren om te zien wat er eigenlijk wordt besproken. Het is volgens hem een teken van minachting voor de organisaties die ze besturen. In plaats van zich druk te maken over hun volgende fusie, moeten ze zich bekommeren over hun echte werk: het zorgen voor goede zorg, goed wonen en goed onderwijs.

„Thuiszorgbedrijf Meavita, woningcorporatie Rochdale en zorginstelling Philadelphia zijn zo maar drie voorbeelden van missers. Mismanagement of regelrechte fraude hebben de bedrijven aan de rand van de afgrond gebracht. De raden van toezicht hebben niet ingegrepen. ,,En ik heb de commissarissen ook geen sorry horen zeggen. Net zo min als de bankiers.’’

De drama’s bij deze bedrijven hadden volgens Depla eenvoudig kunnen worden voorkomen. ,,Bij Meavita hoefde je maar een keer met het personeel te spreken om te begrijpen dat er wat ernstig fout zat. En als je als bestuurder van Rochdale geen alarmbellen hoort rinkelen als je de Maserati van de directeur in de garage ziet staan, ben je een slechte toezichthouder.’’

Depla vindt dat bestuurders van deze semi-publieke instellingen, net als in het echte bedrijfsleven, maximaal vier of vijf nevenfuncties mogen hebben. Daarbij mogen ze ook maar een beperkte periode in een raad zitten om te voorkomen dat ze vergroeien met de organisatie en er van toezicht weinig meer komt. ,,Ze blijven nu jaren zitten, terwijl er een maximumgrens is van twee jaar. Maar omdat ze telkens fuseren, zetten ze de teller steeds weer op nul.’’

Top 4 in baantjesland
De vier ‘grote vissen’ in de club van machtige mannen zijn Elco Brinkman, Loek Hermans, Jan Franssen en Boele Staal. De vier hebben gezamenlijk een onwaarschijnlijke hoeveelheid commissariaten, voorzitterschappen en andere bijbaantjes verzameld.

Elco Brinkman (CDA, oud-minister, voormalig politiek leider) is onder meer lid van de raad van commissarissen van Philip Morris, Rabo Vastgoed, Zuidas-onderneming, voorzitter van Bouwend Nederland, voorzitter van pensioenfonds ABP en lid van een serie raden van toezicht.
„Brinkman werkt zich met de beste bedoelingen drie slagen in de rondte, maar hij heeft gewoon te veel petten op. Als pensioenbestuurder pleit hij voor investeringen in wegenbouw terwijl hij ook voorzitter van de belangenvereniging van bouwers is. Dat kan dus gewoon echt niet,” oordeelt Depla.

Loek Hermans (VVD, oud-minister) is lid van negen raden van commissarissen, waaronder bij een bank, en lid van de raad van toezicht van Meavita. Daarnaast heeft hij een serie bestuursfuncties voor uiteenlopende clubs als de voetbalvereniging Heerenveen en de schouwburg te Drachten.

Jan Franssen (VVD, commissaris van de koningin in Zuid-Holland) heeft een indrukwekkende verzameling nevenfuncties die lopen van president-commissaris van Delta Wonen tot voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland.
„Bij commissarissen van de koningin is de verhouding zoek. Het aantal bijbaantjes moet gewoon minder worden. Ze krijgen een meer dan keurig salaris voor een baan waarbij ze blijkbaar voldoende tijd overhouden voor allerlei nevenfuncties,” concludeert Depla.

Boele Staal (D66, ex-commissaris van de koningin in Utrecht) is nu commissaris bij Nestlé, Holland Casino, Zorgverzekeraar ONVZ en president-commissaris bij adviesbureau Twynstra Gudde. Daarnaast heeft hij een serie voorzitterschappen, zoals bij de TROS, de Nederlandse Vereniging van Banken en de ANWB.

Vorige pagina