Bij artikel 'Minister Veerman lijkt nog steeds niet te snappen dat Minister voorbeeldfunctie heeft en zich dus netjes aan de regels moet houden', 10 augustus 2006

Vragen van de leden Irrgang en Kant (beiden SP) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Binnenlandse Zaken over het privé-gebruik van een dienstauto.

(Ingezonden 3 augustus 2006)

Vraag 1
Kunt u een volledige opsomming geven van het aantal keren en voor hoeveel kilometers u voor niet-dienstgerelateerde doeleinden in het buitenland uw dienstauto heeft gebruikt en gedeclareerd bij het ministerie? 1) Wat zijn de kosten van de declaraties die u hiervoor bij het ministerie hebt ingediend?

Antwoord:
Het betreft twee reizen van de minister van LNV voor kosten van dit ministerie. Ik bevond mij beide malen voor een zakelijke afspraak in Parijs, waarbij ik daarna in de dienstauto met chauffeur naar mijn huis in de Dordogne ben gebracht. Het betrof hier in totaal circa 1370 kilometer.
Daarnaast heb ik één rit vanaf Luxemburg (Informele Landbouwraad) gemaakt en één rit vanuit mijn Nederlandse huisadres naar de Dordogne. Hierbij heb ik weliswaar gebruik gemaakt van de dienstauto, maar niet van de chauffeur en heb ik de benzinekosten zelf betaald. Het betrof hier in totaal circa 3635 kilometer.
Overigens wijs ik u er - vanwege het door u gebruikte woord “gedeclareerd” in de vraagstelling - op dat bij het gebruik van de dienstauto geen sprake is van declaratie van gemaakte kosten. Het uitgangspunt van het Voorzieningenbesluit (regeling van 7 juni 2002) is, aldus de nota van toelichting “dat ministers en staatssecretarissen optimaal dienen te worden gefaciliteerd om hun werkzaam­heden te verrichten, waarbij de kosten in de begroting zichtbaar worden gemaakt. Voorop staat daarom voortaan dat voorzieningen zoveel mogelijk ten laste van de begroting van het desbetreffende ministerie ter beschikking worden gesteld (bedrijfsvoering). De bewindspersoon wordt geacht voor deze voorzieningen geen eigen uitgaven te doen, die later worden gedeclareerd.”
Voor de volledigheid zij opgemerkt dat ik drie dienstreizen van in totaal 3400 km gemaakt heb met mijn eigen privé-auto in verband met uitval van de dienstauto. De kosten hiervan zijn door mij privé gedragen en niet gedeclareerd bij het ministerie.

Vraag 2
Wat waren de totale kosten voor de reis van u en uw topambtenaren inclusief partners op kosten van het ministerie in 2002? 1)

Vraag 3
Zijn er meer van dergelijke reizen geweest?

Antwoord:
De reizen in 2002 en 2004 betreffen teambuildingsbijeenkomsten in de Dordogne. De kosten van de vliegtickets (in 2002 low budget, in 2004 chartervlucht economyclass) en een deel van de verblijfs­kosten bedragen gezamenlijk circa € 7500,=. In 2004 zijn er buiten de vliegtickets geen verdere kosten gedeclareerd. Twee andere teambuildingbijeenkomsten hebben plaatsgevonden in Nederland.

Vraag 4
Kunt u mededelen of terugreizen van u en/of uw echtgenote, nadat u een vakantie hield, door het ministerie zijn betaald? Zo ja, hoe vaak is dit gebeurd en voor welke bedragen?

Antwoord:
Na de bijeenkomst in de Dordogne in 2002 heb ik met mijn echtgenote de vliegreis terug (retour­ticket) naar Nederland een week uitgesteld voor een vakantie. Dit heeft niet geleid tot extra kosten voor het ministerie.

Vraag 5
Kunt u per geval weergeven op welke wijze u deze reizen strijdig acht met het Voorzieningen­besluit ministers en staatssecretarissen en het Reisbesluit buitenland? Kunt u daar ook uw antwoorden van eerdere Kamervragen bij betrekken? 2)

Antwoord:
De nota van toelichting bij het Voorzieningenbesluit bepaalt dat “om redenen van bereikbaarheid en veiligheid bewindspersonen worden geacht zich zowel zakelijk als privé zoveel mogelijk per dienst­auto met chauffeur te verplaatsen, behalve bij vakantiereizen naar het buitenland”.

Voor de eerstgenoemde twee reizen (van Parijs naar Dordogne) onder antwoord 1) geldt dat het een combinatie van een dienst- en privé-reis betreft. Het is de afspraak dat met deze combinatie terughoudend wordt omgegaan (zoals ook weergegeven in de antwoorden van de minister van BZK op Kamervragen van de leden De Wit en Kant d.d. 2 oktober 2002, TK 2002-2003, nr. 102). Naar mijn mening past het relatief beperkt aantal totale kilometers van circa 1370 in een periode van vier jaar binnen dit kader van terughoudendheid.
Ten aanzien van beide andere genoemde autoreizen onder antwoord 1) kan worden opgemerkt dat ik daarvoor zelf de dienstauto heb gereden en de benzinekosten heb betaald.
De toelichting bij het Voorzieningenbesluit meldt als regel dat partners niet meereizen op een dienstreis naar het buitenland. Van deze regel kan worden afgeweken, aldus de toelichting, als daar goede gronden voor bestaan. In dit geval was deze grond, het gastvrouwschap, aanwezig.
Partners van ambtenaren reizen niet op een dienstreis mee. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien dit functioneel is en in het belang van de dienst. De aanwezigheid van de partners op de start- c.q. kennismakingsbijeenkomst in 2002 en de teambuildings­bijeenkomst in 2004 was functioneel en in het belang van de dienst. De betrokken partners hebben mij desalniettemin te kennen gegeven tot betaling van de voor hen gemaakte kosten te zullen overgaan, teneinde de discussie daarover te kunnen sluiten.

Vraag 6
Bent u nog altijd van mening dat de procedures voor het goedkeuren en uitbetalen van buitenlandse dienstreizen bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ‘toereikend’ zijn, zoals een rapport van uw accountantsdienst in 2004 stelde?

Antwoord:
Ja.

Vraag 7
Waarom versoepelt u de regels voor het privé-gebruik van de dienstauto nadat er overtredingen worden geconstateerd in plaats van dat u de naleving verbetert?

Antwoord:
De toelichting bij het Voorzieningenbesluit bepaalt dat bewindspersonen om redenen van bereikbaar­heid en veiligheid worden geacht zich zowel zakelijk als privé zoveel mogelijk per dienstauto met chauffeur te verplaatsen, behalve bij vakantiereizen naar het buitenland. Daarom bestaat er voor bewindslieden een regeling voor de fiscale gevolgen van vervoer met een dienstauto.
Het kabinet ziet in de vragen over de reizen van minister Veerman geen aanleiding om het besluit aan te passen.
Wel heeft het kabinet al eerder overwogen dat de toelichting van het Voorzieningenbesluit verduidelijkt dient te worden. Al zeer geruime tijd hebben vooral Europese verplichtingen van bewindslieden immers betekend dat het zich zoveel mogelijk per dienstauto met chauffeur verplaatsen niet ophoudt bij de Nederlandse grens. Voorts zijn de afgelopen jaren de eisen die voortvloeien uit verschillende aspecten van veiligheid, mede op grond van advies van de desbetreffende diensten, aanzienlijk verzwaard.
De beveiliging van bewindslieden alsmede hun Europese en internationale verplichtingen vereisen de mogelijkheid om gedifferentieerde voorzieningen te kunnen treffen. De ministerraad zal zich daar binnenkort definitief over uitspreken.

1) NRC Handelsblad, 2 augustus 2006
2) Aanhangsel-Handelingen nr. 102, vergaderjaar 2002-2003

Vragen van het lid Van der Ham (D66) een de ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over berichten over gebruik van dienstauto's voor privé-gebruik.

(Ingezonden 3 augustus 2006)

Vraag 1
Wat is uw reactie op de publicatie van NRC Handelsblad over de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende het gebruik van de dienstauto? Is het waar dat u privé-kilometers heeft gemaakt in het buitenland? Wat is uw reactie op de in de krant gesuggereerde onzorgvuldigheid rond een aantal vliegtickets? 1)

Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de antwoorden op de vragen van de leden Irrgang en Kant, die heden aan u zijn verzonden.

Vraag 2
Is u bekend of ook andere bewindslieden gelijksoortig gehandeld hebben? In hoeverre zijn de in de krant genoemde feiten vergelijkbaar met in het verleden geaccepteerde declaraties van andere bewindspersonen? Wat is uw reactie rond de marges van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen? Bent u ook van mening dat bij het gebruikmaken van de voorzieningen voor bewindslieden, zij uiterst zorgvuldig dienen te handelen en het onverstandig is de marges ervan te betreden?

Antwoord:
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de antwoorden op de vragen van de leden Irrgang en Kant, die heden aan u zijn verzonden. Zoals ook weergegeven in mijn antwoorden op Kamer­vragen van de leden De Wit en Kant d.d. 2 oktober 2002 (TK 2002-2003, nr. 102) mag worden aangenomen dat bewindspersonen de terughoudendheid in acht nemen die voortvloeit uit het Voorzieningenbesluit en de toelichting daarop.

1) NRC Handelsblad, 2 augustus 2006

Vragen van de leden Depla en Boelhouwer (beiden PvdA) aan de minister-president, minister van Algemene Zaken over mogelijke overtreding van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de top van dit ministerie.

(Ingezonden 3 augustus 2006)

Vraag 1
Is het waar dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit tot aan de Raad van State heeft geprobeerd het openbaar maken van de rittenadministratie van de minister tegen te houden? Wat vindt u van deze poging om wellicht onjuist handelen door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ’onder de pet’ te willen houden?

Antwoord:
Na overleg in de ministerraad is op grond van veiligheidsoverwegingen besloten om beroep in te stellen tegen volledige openbaarmaking van de rittenstaten. De overweging hierbij was dat uit de rittenstaten patronen van verplaatsing van bewindspersonen te herkennen kunnen zijn, die de veiligheid van de bewindspersonen in gevaar kunnen brengen. Dit argument is bevestigd door de Raad van State in haar uitspraak.

Vraag 2
Vindt u het van belang dat zowel de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit als ook ambtenaren van het ministerie een voorbeeldfunctie moeten vervullen met betrekking tot het declareren van gemaakte kosten, zeker als het gaat om het koppelen van privé-reizen aan dienstreizen?

Antwoord:
Ja; bewindslieden en ambtenaren dienen zich te houden aan de voor hen geldende regels.

Vraag 3
Is het waar dat het Voorzieningenbesluit en het Reisbesluit buitenland voor rijksambtenaren is of zal worden aangepast? Zo ja, welke veranderingen zijn doorgevoerd? Wanneer is dit precies gebeurd? Is dit mede naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn over het gebruik van de dienstauto van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de declaraties van de top van het ministerie?

Antwoord:
Het Reisbesluit buitenland wordt, evenals overige rechtspositieregelingen, met enige regelmaat gewijzigd. Dit betreft in het algemeen technische aanpassingen aan gewijzigde fiscale of andere omstandigheden. Van een wijziging of een voornemen tot wijziging in verband met genoemde vragen is echter geen sprake. Dit geldt eveneens voor het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen, zoals in het antwoord op vraag 7 van de leden Irrgang en Kant is aangegeven.

Vraag 4
Mochten de declaraties niet terecht zijn geweest, deelt u dan de mening dat ten onrechte gedeclareerde kosten moeten worden terugbetaald?

Antwoord:
Ja.

1) NRC Handelsblad, 2 augustus 2006

Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van de leden Irrgang en Kant (beiden SP), ingezonden 3 augustus (vraagnummer 2050617340) en op eerdere vragen ter zake van het lid Van der Ham (D66), ingezonden 3 augustus 2006 (vraagnummer 2050617)

Vorige pagina