Regeerakkoord PvdA, CDA en Christen-Unie, februari 2007
Wonen en het regeerakkoord
Wonen en wijkaanpak
Meer bouwen met kwaliteit is nodig om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, de herstructurering van oude stadswijken een impuls te geven en ervoor te zorgen dat starters op de woningmarkt aan een betaalbare, geschikte woning kunnen komen. Dit geldt zowel voor de koopmarkt als voor de huurmarkt.
De straat, de wijk, de buurt zijn, buiten het directe leefverband thuis en op het werk, de sociale gemeenschap waarin we dagelijks leven. De kwaliteit van die leefomgeving en de wijze waarop we daarin met elkaar omgaan, bepaalt vaak mede de wijze waarop we overigens in de samenleving staan.
Helaas zijn ook in Nederland wijken ontstaan waar door een cumulatie van problemen en tekortkomingen de kwaliteit van die leefomgeving ernstig achterblijft. Dat zijn wijken waarin sprake is van hoge werkloosheid en gebrek aan werkgelegenheid, waarin schooluitval vaker voorkomt, waarin de bevolkingssamenstelling éénzijdig is en de huisvesting verouderd, waarin de openbare ruimte verloedert en sprake is van drugsoverlast, criminaliteit en asociaal gedrag.
In het besef dat het de mensen zijn die wijken maken, is het onze ambitie om samen met hen en de maatschappelijke organisaties en instellingen die in die wijken actief zijn de noodzakelijke voorwaarden te scheppen, om die wijken weer het been te kunnen laten bijtrekken. Een langdurige, intensieve, samenhangende, en brede aanpak is nodig om die problemen te lijf te gaan.
- Vóór de zomer zal een actieplan worden opgesteld voor een brede samenhangende “sterke wijken ” aanpak die erop is gericht om binnen 8 tot 10 jaar van probleemwijken weer vitale, woon- werk- en leefomgevingen te maken waarin schooluitval is teruggedrongen en de (jeugd)werkloosheid is teruggebracht, werkgelegenheid in de buurt is gebracht de bevolkingssamenstelling gevarieerd is en het prettig wonen is.
- Woningcorporaties zijn maatschappelijke ondernemingen die een belangrijke maatschappelijke taak vervullen: investeren in goede betaalbare huisvesting en in de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.
- De inzet is om met woningcorporaties afspraken te maken over een bijdrage aan de betaalbaarheid van huurwoningen. Investeringsinspanningen van woningcorporaties in energie-efficiency van de bestaande voorraad woningen kunnen een positieve bijdrage leveren aan een beheerste woonlastenontwikkeling. Het streven is ook hierover met woningcorporaties afspraken te maken. Met corporaties willen we bovendien afspraken maken over het nieuwbouwprogramma en een gezamenlijke gerichte investeringsinspanning voor de aanpak van de meest kwetsbare probleemwijken. Mocht onverhoopt met corporaties geen overeenstemming worden bereikt over hun bijdrage aan de betaalbaarheid en over hun investeringsinspanningen, dan zal anderszins het omvangrijke maatschappelijk vermogen van woningcorporaties actief voor dit doel worden ingezet.
- De met de corporaties te maken afspraken zullen niet vrijblijvend zijn. Dit geldt zowel voor de afspraken tussen kabinet en corporatiesector als op lokaal niveau voor de afspraken tussen gemeenten en de woningcorporaties. Op lokaal niveau kunnen gemeenten op basis van gemeentelijke woonvisies met woningcorporaties concrete prestatieafspraken maken over investeringen van corporaties. Gemeenten hebben de taak coördinatie te voeren over wonen, werken, onderwijs en jeugd- en ouderenvoorzieningen. Deze integrale samenhangende aanpak zal vanuit het Rijk worden ondersteund met ook daar een samenhangende interdepartementale benadering.
- Gemeenten worden gestimuleerd zoveel mogelijk via een zogenaamde 1-loket-functie te werken, zodat mensen in wijken, dorpen en steden snel en adequaat worden geholpen.
- Een deel van het verruimde budget voor stedelijke vernieuwing zal worden ingezet voor buurt- en wijkbudgetten, waaruit eigen initiatieven van bewoners financieel kunnen worden ondersteund.
- Deze kabinetsperiode vinden geen wijzigingen plaats in de fiscale behandeling van de eigen woning. Er zullen ook geen wijzigingen worden voorbereid of onderzocht voor de periode daarna.
- Het wetsvoorstel Huurliberalisatie wordt ingetrokken. De stijging van de huren zal worden gekoppeld aan de inflatie.
- De woningproductie wordt verhoogd naar een niveau van tussen de 80.000 en 100.000 woningen per jaar, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor woningcorporaties.
- Om te komen tot een evenwichtige woonontwikkeling en bevolkingssamenstelling in een samenhangend stedelijk gebied kan het wenselijk zijn dat randgemeenten meer bouwen voor lagere en middeninkomens. Waar dit het geval is, zal een aanwijzingsbevoegdheid worden ontwikkeld voor die situaties waarin randgemeenten – onverhoopt - onwillig zijn.
- Het grotestedenbeleid zal – na evaluatie - na 2009 worden voortgezet. Hiertoe zal tijdig met de voorbereiding worden begonnen.
- Veel ouderen willen liefst zo lang mogelijk in hun eigen wijk blijven wonen. Dit kan door wijken generatiebestendig te maken en op wijkniveau servicepunten voor welzijn en zorg na te streven. Ook een grotere variatie in het woningaanbod (met name oplopende zorg) kan eraan bijdragen dat ouderen langer in hun eigen wijk blijven wonen. Woningbouwcorporaties zullen op deze maatschappelijke taak worden aangesproken.
Vorige pagina
|