20 april 2007

Opinie artikel van Jeroen Dijsselbloem over het Marokkanendrama

In de Volkskrant van donderdag 29 maart jongstleden, beschreef Fleur Jurgens vier mythen die hangen rond het debat van Marokkaanse criminele jongens. De mythen die ze beschrijft zijn herkenbaar en hardnekkig. Maar het zijn mythen die in ieder geval in delen van de Marokkaanse gemeenschap worden beleeft als de realiteit. Je zou het kunnen samenvatten met veel slachtofferschap en weinig verantwoordelijkheid nemen. Of het nu gaat om de rol van de media die bijdraagt aan negatieve beeldvorming, werkgevers die discrimineren, ouders die niet begrijpen hoe je in Nederland opvoedt of opgroeien in een kansarm milieu, steeds worden deze zaken aangegrepen als bevestiging van de slachtofferrol. Geen misverstand; deze zaken zijn allemaal aan de orde en moeten gezamenlijk worden bestreden maar mogen nooit een reden zijn tot berusting. Al is het maar omdat de criminele jongens steeds weer de hele gemeenschap stigmatiseren. De Marokkaanse gemeenschap zal haar lot in eigen hand moeten nemen. Maar de urgentie van het probleem, dat overal in Nederland lokaal voelbaar is, is zo groot dat we daar niet passief op kunnen wachten. Een veel minder vrijblijvende aanpak is nodig om het steeds verder en vroeger ontsporen van deze jongens te voorkomen. De kleine broertjes van de Diamantbuurt staan namelijk al weer klaar.

Ik zou de vier mythen willen beantwoorden met een pleidooi om vier taboes te doorbreken. Taboes die een effectieve aanpak in de weg staan. En die, hoewel vaker besproken, nog niet echt zijn doorbroken; vaak ook niet in mijn partij. Ten eerste moeten we veel eerder ingrijpen in gezinnen waar de opvoeding totaal mislukt. Ten tweede onderkennen dat ons systeem van bestraffen op dit moment helemaal niet werkt en bij het bepalen van de vorm van bestraffing zonodig rekening houden met culturele achtergrond. Ten derde het ontmantelen van de oprukkende gettocultuur in nieuwe en oude achterbuurten. En ten vierde het pragmatisch doorbreken van de schijn-scheiding van kerk en staat; schakel het desnoods geloof in.

Te lang hebben we, vanuit de belangrijkste politieke stromingen, het gezin onaantastbaar verklaart. Daardoor hebben we te lang toegestaan dat kinderen volledig ontspoorden terwijl ouders niet ingrepen. Met als gevolg dat we achteraf, steeds harder gingen ingrijpen. Niet-functionerende gezinnen vragen om eerder en zonodig vergaand ingrijpen. Niet pas, zoals de wet nu zegt, wanneer het kind “ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd”, want dat gaat uit van een bedreigd kind, maar al eerder. Ook als een kind een bedreiging wordt voor zichzelf en zijn omgeving. Gelukkig wordt dit nu ook aangekondigd in het nieuwe Regeerakkoord. Gedragsstoornissen ontstaan vaak al op een heel vroege leeftijd. Verleng de consultatiebureau-periode, bel aan als ouders niet zelf komen, biedt met drang en dwang opvoedingscursussen aan en schakel de kinderrechter in zodra het mis gaat en de ouders de andere kant op blijven kijken.

Ten tweede moeten we gewoon vaststellen dat ons systeem van Justitiële Jeugdzorg en jeugddetentie totaal niet werkt. Circa 70% recidiveert binnen een aantal jaar. Dat begint natuurlijk al met een te lage pakkans en als we ze dan in de kraag hebben, is de straf of behandeling zondanig dat het geen serieus effect heeft. Bijvoorbeeld door eindeloze wachtlijsten of een groot gebrek aan jeugdpsychiaters. Maar ook het effect van de behandelingen die wel plaatsvinden, is onacceptabel laag, zoals de recidivecijfers laten zien. Wanneer bij een groot deel van de allochtone criminelen het strafbare gedrag mede wordt bepaald door cultureel bepaalde opvattingen dan moeten we daar met het bepalen van de straf of maatregel rekening mee houden. De rechter mag ook met alles rekening houden bij het bepalen van de straf; dus ook de combinatie van iemands achtergrond en de effectiviteit van de straf. Een Marokkaans-Nederlandse imam die als geestelijk verzorger werkt in Justitiële Jeugdinrichtingen vertelde eens hoe de macho-hierarchie en bijbehorend gedrag tussen de jonge delinquenten gewoon werd voortgezet in de gevangenis. De hele destructieve groepscultuur bleef in stand. Als jongens uit een macho-cultuur gevoelig zijn voor een gedisciplineerde strenge aanpak, zoals hij stelde, dan moeten we die inzetten. Deze maand is een wetsvoorstel aan de orde in de Kamer dat dat soort maatwerk in ieder geval mogelijk maakt. Daar hoort wat mij betreft bijvoorbeeld ook bij dat de instellingskledij weer wordt ingevoerd. Ontneem de jongens hun ‘bling bling‘ en hun dure merkkleding, als onderdeel van het doorbreken van de groepsdwang.

Ten derde moeten we de komende jaren radicaal de gettovorming aanpakken. Herstel het gezag door in deze gebieden een zero-tolerance in te voeren. Ontneem criminele winsten, dure scooters, auto’s en sieraden wanneer de macho’s niet kunnen aantonen hoe ze aan het geld kwamen. Laat de jonge boefjes zien dat de grotere criminelen er niet mee weg komen. Hoofddoel is hier: geef de wijken terug aan de bewoners die er wat van willen maken. Durf bij woningtoewijzing te ‘ritsen’ om het samenleven weer mogelijk te maken. Doorbreek de uitzichtloosheid door het introduceren van een werkplicht in plaats van een uitkeringsrecht. We moeten om scholen heen veel meer hulpverlening organiseren zodat sociale en gedragsproblemen snel kunnen worden aangepakt en leerkrachten weer aan lesgeven toekomen. Combineer investeringen in onderwijs en inburgering met veel strakkere handhaving van de leerplicht en inburgeringsplicht. En geef extra ondersteuning aan positieve activiteiten zoals sport en cultuur. En bij alles geldt; ga erop af. Bel aan. Ga niet achter een bureau zitten wachten op “de hulpvraag”.

Ten vierde de rol van het geloof. De islam speelt bij de Marokkaanse criminele jongens een wisselende rol. Soms wordt het misbruikt als dekmantel voor criminele activiteiten, soms is het juist een morele houvast. In extreme gevallen gaan geloofsfanatisme, radicalisering en criminaliteit hand in hand. De overheid houdt zich op principiële gronden afzijdig van dit nieuwe geloof in onze samenleving en blind voor de invloed, ten goede of kwade, op de jongeren. Het zich vreedame vestigen van de islam in onze samenleving is van cruciaal belang. Maar dat gaat niet vanzelf; de invloed van radicale elementen neemt in sommige plaatsen toe. Gelukkig is de laatste jaren een eerste stap gezet richting Nederlandse imamopleidingen zodat over enkele jaren de instroom van buitenlandse imams kan worden gestopt. Ook dat kan er toe bijdragen dat de eigen jongeren weer worden bereikt. Geloof, de moskee en de imam zijn geen neutrale buitenstaanders als het gaat om het gedrag van de ontsporende jongeren. De leiders van de geloofsgemeenschap moeten het gezag dat ze hebben, positief gebruiken of anders plaats maken voor een nieuwe generatie die wel de urgentie voelt en wel maatschappelijke verantwoordelijkheid kan nemen. Hetgeen natuurlijk ook geldt voor politici en bestuurders.

Jeroen Dijsselbloem

Lid van de Tweede Kamer
voor de Partij van de Arbeid
Woordvoerder migratie & integratie

Vorige pagina