|
Amsterdam, 24 juni 2009
Geachte heren Depla en Marcouch, Het ROC van Amsterdam streeft ernaar het beste uit jongeren (en volwassenen) naar boven te halen, hun talent(en) te ontdekken en ze te helpen aan een waardevol mbo-diploma waarmee ze goed voorbereid de arbeidsmarkt kunnen betreden. Roc's hebben een drempelloos instroombeleid en landelijk is het beeld dat 23% van de mbo-studenten geen diploma van enige vooropleiding bezit. Dit geeft aan dat de doelgroep soms met achterstanden kampt. Niettemin zit ruim 45% van de studenten op het hoogste mbo-niveau (4), 25% op niveau 3 en slechts 30 % op niveau 1 en 2. Ongeveer de helft van de mbo-studenten op het hoogste niveau gaat door naar het hbo, ook bij het ROC van Amsterdam. Winsemius heeft in zijn rapport over het voortijdig schoolverlaten aangegeven dat 60% van de jongeren in de grote steden 'overbelast' zijn. Dat wil zeggen dat zij te maken hebben met persoonlijke problemen zoals armoede, schulden, criminaliteit, slechte huisvesting, etc. In de kabinetsreactie op zijn WRR-rapport 'Vertrouwen in de school' staat dat maar liefst 82,4% van de vmbo-leerlingen (leerjaar 3 en 4) afkomstig zijn uit de armoedeprobleemcumulatie-gebieden. Veel meer dan in Rotterdam (79,3%), Den Haag (59,0%) en Utrecht (53,1%). Winsemius pleit ervoor dat mbo-instellingen optimaal samenwerken met gemeenten om dit aan te pakken. Het ROC van Amsterdam doet dit zeer intensief. In ons jaarverslag doen wij uitgebreid verslag van onze onderwijsinspanningen en resultaten. Wij zijn hier zeer open over, net als over de besteding van middelen. Iedereen krijgt inzage in onze resultaten en mag hier vragen over stellen. Wij vergelijken onze resultaten ook, via een benchmark, met andere roc's om te zien of we op de goede weg zijn. Dit doen we vooral op basis van vergelijking met de andere drie grote steden in Nederland; Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Al deze cijfers zijn openbaar, o.a. via de MBO Raad. Inmiddels is de derde benchmark uitgekomen in maart 2009. Hierin is o.a. te zien dat de uitval het afgelopen jaar is verminderd t.o.v. vorig jaar (landelijk met 2%). Uit de cijfers van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen blijkt dat het aantal voortijdig schoolverlateres bij het ROC van Amsterdam fors gedaald is (Cijfers 2007-2008). "Ook tussen de 4 regio's met de hoogste uitval zijn de onderlinge verschillen aanzienlijk. Dit terwijl deze regio's te maken hebben met vergelijkbare problematiek. Zowel in de Agglomeratie Amsterdam als Haaglanden/Westland is een reductie van meer dan 15% gerealiseerd. Rijnmond en Utrecht blijven echter achter met een daling van respectievelijk 7 en 3%. Dit geldt de vergelijking tussen 2005-2006 en 2007-2008." Om het voortijdig schoolverlaten te verminderen heeft het ROC van Amsterdam een convenant gesloten met zowel de Gemeente Amsterdam als het Ministerie van O,C&W. We werken zeer goed samen met de gemeente en hebben gezamenlijk ruim 20 verschillende projecten opgezet waar we dagelijks aan werken om de problemen aan te pakken. Onder andere met speciale zorgteams en een zorg- en begeleidingsstructuur in elke school waarbij veel aandacht is en begeleiding bij (persoonlijke) problemen, leerplichtambtenaren in de school, presentieregistratie en directe verzuimaanpak, schuldhulp in de school, maatschappelijk werk in de school en bijvoorbeeld veel aandacht voor het overstappen van vmbo naar mbo. Leerlingen die dreigen uit te vallen worden direct aangesproken en als de school echt niet meer kan helpen schakelen we het Jongerenloket in. Vaak spelen dan persoonlijke problemen een rol. Het ROC van Amsterdam stopt veel menskracht en middelen in deze belangrijke trajecten omdat we alle jongeren willen helpen een startkwalificatie (diploma op mboniveau 2) te verkrijgen. Zowel onze bedrijfsvoering als onze docenten staan voor hun vak en voor hun inzet. Ik sta, als voorzitter van het College van Bestuur, volledig achter hen en vind het erg jammer dat het ROC van Amsterdam schade toegebracht zou worden door een onjuiste en onvolledige voorstelling van zaken. Bij de start van het schooljaar 2008 - 2009 zijn er inderdaad enkele fouten gemaakt in de bedrijfsvoering bij een enkele school van het ROC van Amsterdam. Hierdoor zijn ca. 400 leerlingen voor maximaal anderhalve week gevraagd te wachten op hun rooster. Dit is slechts 1,5% van het totaal aantal mbo-studenten van het ROCvA, die verdeeld zijn over 10 grotere en 40 kleinere schoolgebouwen. De problemen zijn snel aangepakt en verholpen waardoor de lessen weer konden starten. Het ROC van Amsterdam heeft hiervoor excuses aangeboden aan de desbetreffende studenten en de lessen ingehaald. Wij doen ons uiterste best om dit soort zaken voortaan te voorkomen. In het geheel is het niet te voorkomen dat in het begin van het schooljaar niet alles vlekkeloos verloopt omdat jongeren zich steeds later en later aanmelden voor een opleiding. Ruim 25% van onze leerlingen meldt zich pas na de zomervakantie aan voor een opleiding. In de betreffende school is dat 28% (!) Met elke leerling wordt een persoonlijk intakegesprek gehouden. Ook de administratie heeft moeite met deze (te) laten aanmeldingen. Toch nemen wij alle leerlingen aan en zorgen dat zij hun opleiding kunnen starten. Wij zien onderwijs als een van de bindmiddelen in de samenleving en doen hier ons uiterste best voor. Juist scholen bieden kansen voor jongeren met problemen thuis. De scholen in Amsterdam moeten de problemen ook gezamenlijk op zien te lossen. Want op het vmbo is er ook al een groot deel dat zijn diploma niet haalt. Deze jongeren krijgen allemaal een nieuwe kans op het ROC van Amsterdam. Het beeld dat wordt geschetst over de besteding van de middelen is onvolledig. Net als andere roc's in Nederland besteedt het ROC van Amsterdam ca. 70% van de middelen aan personele kosten (zie ook benchmark MBO Raad 2009). De overige 30% wordt besteedt aan huisvesting, computers, afschrijvingen en andere kosten. De personele kosten zijn voor ca. 70% bestemd voor onderwijzend personeel, ca. 12% voor direct ondersteunend personeel en ca. 13% indirect ondersteunend personeel zoals administratie. Ca. 5% wordt besteed aan directie en management. Het ROC van Amsterdam wijkt nauwelijks af van dit landelijke beeld, maar besteedt minder aan directie en management (3%). Het ROCvA heeft zich als doel gesteld een hoger aandeel van de onderwijsgevenden te bereiken ten koste van minder ondersteunend personeel. Hiervoor is momenteel een reorganisatie ingezet die effectief wordt per 1 november 2009. Ziekteverzuim van docenten? In iedere organisatie melden werknemers zich soms ziek als zij niet in staat zijn hun werk te doen. Docenten bij het ROC van Amsterdam vormen daar geen uitzondering op. Het verzuimpercentage is gemiddeld ca. 7% inclusief zwangerschappen. Dat is gemiddeld. Onze docenten melden zich niet vaker ziek dan andere werkenden. Mocht een docent opzettelijk verzuimen dan wordt hij of zij hierover door de directie van de school aangesproken en in overleg wordt bepaald in hoeverre er al dan niet passende maatregelen genomen moeten worden. Het ROC van Amsterdam voldoet aan de door inspectie gestelde urennorm en al onze locaties voldoen aan die norm. Wanneer een docent zich ziek meldt, wordt daar binnen de school direct actie op ondernomen. Dit betekent dat de roostermaker direct naar mogelijkheden zoekt om het rooster aan te passen om zo goed mogelijk de lesuren voor leerlingen aaneengesloten te kunnen laten plaatsvinden. Ook wordt daarbij zoveel mogelijk getracht een vervanger in te zetten via opvang van deze lessen door docenten onderling en aanvullend via de inzet van docentenuitzendbureaus. Wat als het niet lukt om snel een vervanger te zoeken? Eventuele gemiste lessen worden op een later moment altijd weer ingehaald. De lessen worden hoe dan ook gegeven. Hetzij via vervangen door een andere docent of via het docentenuitzendbureau. Docenten van het ROC van Amsterdam zijn zeer teleurgesteld over de berichtgeving in de pers waarin gesuggereerd wordt dat er veel verzuimd wordt door docenten op het mbo. Immers al vele jaren is lesuitval, leerlingbegeleiding en schooluitval speerpunt van beleid. Vele inspanningen worden door hen verricht om leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden en toe te leiden naar het diploma. Qua begeleiding en ondersteuning wordt vooral voorzien via speciale afdelingen, intensieve samenwerking met instanties op gebied van schuldhulpverlening tot en met de aanwezigheid van een psychologe binnen de school. We zullen voortgaan met ons uiterste best te doen voor alle jongeren en volwassenen die zich bij ons inschrijven voor een mbo-opleiding. We durven te stellen dat we goede kwaliteit bieden. Maar ook wij blijven streven naar minder uitval en betere resultaten. En natuurlijk naar een optimale bedrijfsvoering. Dat is en blijft onze ambitie. We noemen onszelf niet voor niets Podium voor Talent. Wij nodigen iedereen uit om eens te komen kijken bij het ROC van Amsterdam en we zijn bereid onze projecten toe te lichten en de resultaten te laten zien. Zeker aan u! ROC van Amsterdam, Edo de Jaeger Voorzitter College van Bestuur Vorige pagina |