3 september 2006

Samen sterker , werken aan een beter Nederland

Dat is de titel voor ons nieuwe verkiezingsprogramma. In het programma veel aandacht om de woonkosten te beperken, buurten sterker en leuker te maken en de woningnood aan te pakken.

Hieronder vindt je de onderdelen uit het verkiezingsprogramma die hierover gaan.

Lees ook de toespraak van Wouter Bos bij het in ontvangst nemen van verkiezingsprogramma.

Lees het verkiezingsprogramma PvdA


Eerlijk delen: zeker in de zorg en bij wonen (hoofdstuk 2)

Woonkosten: huren en kopen
De PvdA wil dat mensen zelf een afweging tussen huren en kopen kunnen maken, zonder dat de overheid dit afdwingt. En we willen dat starters aan de bak komen. We zetten de instrumenten, hypotheekrenteaftrek, huurtoeslag en startersbeleid, zo in dat iedereen een eerlijke kans op een mooie woning heeft

• Het moet gemakkelijker worden voor lagere en middeninkomens om hun eerste eigen huis te kopen. We schaffen overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt geleidelijk af. Deze 'koopbonus' wordt gefinancierd uit de verlaging van het maximale aftrektarief van de hypotheekrente van 52 naar 42 procent. Voor bestaande hypotheken verandert er niets, ook niet bij oversluiting of verhuizing. Extra leningen vallen wel onder de nieuwe regeling.

• In de komende kabinetsperiode draait de PvdA de bezuinigingen op de huursubsidie van de kabinetten Balkenende terug.

• De PvdA wijst de liberaliseringplannen in de huursector van het vorige kabinet af en wil dat de jaarlijkse huurstijgingen beperkt blijven. Huren in Nederland zijn namelijk niet te laag en hogere huren leiden niet tot meer huurwoningen. Corporaties krijgen huursombeperking: de totale huurverhoging van hun hele voorraad wordt beperkt (en volgt de stijging van de lonen). Daarbinnen mogen ze differentiëren in huurverhoging.

• Voor de middeninkomens moeten meer huurwoningen komen. De huurprijzen mogen best iets boven de huursubsidiegrens liggen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat deze woningen direct in het geliberaliseerde deel worden aangeboden. Dan blijven ze immers onbetaalbaar voor de mensen met een middeninkomen.

Hoofdstuk 4. Werken aan een ongedeeld Nederland
De PvdA streeft naar een ongedeeld Nederland, waar de plek waar je geboortehuis staat niets zegt over je toekomst. Een Nederland waarin iedereen de kans krijgt iets van zijn leven te maken, en waar iedereen recht heeft op een fatsoenlijk bestaan.
De afgelopen jaren is de tweedeling tussen arm en rijk, tussen verschillende bevolkingsgroepen, tussen mensen die veel en mensen die nauwelijks kansen krijgen, tussen bewoners van schone ruime, buurten en bewoners van vieze, onveilige buurten toegenomen. Achterblijvende regio’s zijn alleen maar verderop geraakt. De langdurige werkloosheid is toegenomen, zeker in economisch zwakke dorpen en wijken. Van integratie is weinig terecht gekomen, terwijl de segregatie is verergerd. Door te hameren op de ‘eigen verantwoordelijkheid’ is er een soort ieder-voor-zich maatschappij ontstaan, waarin mensen van elkaar vervreemden. Er dreigen twee Nederlanden te ontstaan waar groepen tegenover elkaar worden gezet. De PvdA wil deze koers radicaal keren en kiest voor het slaan van bruggen. Niet alleen omdat de problemen die ontstaan door gettovorming niet te overzien zijn, maar ook omdat we iedereen nodig hebben voor onze economie, omdat we alle talent willen benutten en omdat sociale cohesie en vertrouwen het cement is van onze samenleving. Zonder dat cement valt de samenleving in twee delen uit elkaar. Een gemeenschappelijk beeld over de toekomst van Nederland is nodig.
Dat ongedeelde Nederland ontstaat alleen als we zorgen voor sterke en gevarieerde buurten, waarin iedereen wil wonen en waaruit men niet wegtrekt als het even mogelijk is. Daarom moeten er voorzieningen zijn. Voor jong en oud. In de steden en op het platteland. Sterke buurten vragen om voldoende goede en betaalbare woningen. De aanpak van de woningnood kan niet wachten. Hetzelfde geldt voor de integratie. In veel steden zijn de spanningen de laatste jaren toegenomen. Het voelt als een tijdbom, waarbij het kabinet vooral heeft uitgeblonken in harde woorden terwijl de resultaten uitbleven. Duidelijkheid is geboden, maar die duidelijkheid is alleen effectief als er een dialoog is tussen en met de verschillende bevolkingsgroepen in Nederland. Het onnodig kwetsen van bepaalde groepen draagt daar niet toe bij, want dat overbrugt niet, maar vergroot juist de maatschappelijke tegenstellingen. Integratie is niet gebaat bij grote woorden en gemakkelijke oplossingen.
In een ongedeeld Nederland hebben alle bevolkingsgroepen een volwaardige positie in de samenleving. Helaas zijn we nog niet zo ver. Emancipatie is en blijft van belang.
In de Nederlandse samenleving zal altijd ruimte zijn voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en onderdrukking. Met het groeiende aantal oorlogshaarden zal het aantal vluchtelingen weer toenemen. Voor de PvdA is de lijn daarbij helder: we zijn voor een streng, maar rechtvaardig en humaan asielbeleid.

Sterke buurten
Hoe maken we van de kansarme, verschraalde buurten gevarieerde, aantrekkelijke buurten? Door massief en breed te investeren in zwakke buurten. Door het onderwijs te verbeteren, de verloedering op straat aan te pakken, door voor werk te zorgen, door de criminaliteit hard aan te pakken zodat de goeden niet onder de kwaden hoeven te lijden. De verloedering moet stoppen. Mensen moeten zien dat asociaal gedrag wordt aangepakt en ervaren dat veelplegers van straat worden gehaald. Er moet opgetreden worden tegen probleemjongeren. Dat betekent bovenal dat de politie in de buurt moet zijn, zodat mensen zich veilig voelen. Als we zo de zwakke buurten nieuwe kansen geven, zullen mensen in hun eigen buurt blijven wonen. Ook al zijn ze een stap omhoog geklommen op de maatschappelijke ladder.

• De PvdA vindt dat bewoners die anderen stelselmatig grote overlast bezorgen desnoods gedwongen moeten worden tot verhuizen, bijvoorbeeld naar wooncontainers aan de rand van de stad. Overlastveroorzakers vergoeden de schade die ze hebben aangericht.

• Ons geduld met probleemjongeren is op. Tegen overlast en criminaliteit gaan we hard en snel optreden. Eigenlijk is het dan al te laat. Daarom wil de PvdA dat vroegtijdig wordt ingegrepen. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Als zij tekortschieten moeten ze daar veel sneller en beter op worden aangesproken. In gezinnen waar de machtsverhoudingen zijn omgedraaid, moet interventie worden opgelegd.

• Bewoners moeten zich gesteund weten bij hun initiatieven om hun buurt schoon, heel en veilig te maken. Elke gemeente moet de komende jaren kijken of het aantal beleidsambtenaren op het stadhuis kan verminderen om daarmee het aantal mensen in de buitendienst, die echt op straat aan het werk zijn, flink te vergroten.

• In sommige buurten kan cameratoezicht en preventief fouilleren helpen. Dan moet dat ook kunnen worden toegepast.

• Onderwijzend personeel in kansarme buurten moet meer kunnen verdienen dan hun collega’s in de rijkere buurten.

• In oude stadswijken staan nog veel huizen die aan renovatie toe zijn en waarvan niemand goed weet wie er woont. Onderverhuur, illegaal wonen en huisjesmelkerij komen er veel voor. De PvdA wil panden in kwetsbare straten door de gemeente laten opkopen, waardoor huisjesmelkers de pas wordt afgesneden.

• Er zijn nieuwe huizen nodig in deze wijken, zodat ook de mensen die op de maatschappelijke ladder klimmen in hun eigen buurt kunnen blijven wonen. De herstructurering van woonwijken moet zich ook hierop richten.

• Het stimuleren van de werkgelegenheid in kansarme buurten is nodig. Waar werk is, fleurt een buurt op en worden anderen meegetrokken. Daarom worden kansarme buurten kansenzones: belemmerende regels worden voor deze buurten opgeheven. Om de kleine ondernemer te stimuleren wordt de ondernemersaftrek in deze buurten verhoogd.

• Gemotiveerde buurtbewoners en bewonersgroepen moeten zich door de overheid gesteund weten als zij zich inzetten voor de samenhang en de fysieke staat in hun buurt.

• In de situatie dat sociale problemen in een buurt zich maar blijven opstapelen en iedere vrijkomende woning vooral geambieerd wordt door een ander probleemgeval, moeten gemeenten en corporaties via de woonruimteverdeling kunnen sturen door bijvoorbeeld voorrang te geven aan mensen die betaald werk verrichten.

• Er komen specifieke buurtbudgetten voor de sociaal-economisch en sociaal-cultureel zwakste buurten van Nederland in plaats van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing en het budget voor het Grote Stedenbeleid. Het budget moet in samenspraak met burgers worden besteed.

Een woningmarkt die kansen biedt
Buurten worden alleen sterk als mensen er om positieve redenen wonen, niet omdat ze ertoe worden gedwongen door de overheid of omdat ze elders geen kansen hebben. Het functioneren van de woningmarkt is hierbij van groot belang. Daarbij past geen woningnood. Deze moet worden aangepakt. Er moeten voldoende woningen worden gebouwd voor starters, ouderen en mensen met een gemiddeld inkomen. Dat lukt alleen als corporaties dit voor hun rekening nemen. Dat betekent wel dat corporaties zich opstellen als maatschappelijke ondernemers.

Aanpak woningnood
Er is op dit moment een schrijnend tekort aan betaalbare koop- en huurwoningen. We moeten minder goedkope woningen slopen en niet alleen maar dure woningen bouwen. De nieuwbouw van woningen moet worden afgestemd op de wensen van alle burgers:

• De komende jaren moeten 80.000 tot 100.000 nieuwe woningen per jaar worden gebouwd.

• De woningproductie wordt bevorderd door drastisch te schrappen in regels.

• De woningbouwproductie moet worden bevorderd door een forse uitbreiding van het aantal bouwlocaties. Het is niet aan het Rijk om deze aan te wijzen, maar aan de gemeenten om in te spelen op de lokale behoeften. Wel geeft het Rijk nadrukkelijk aan waar niet mag worden gebouwd (binnen de Ecologische Hoofdstructuur en in nationale landschappen).

• De kwaliteitseisen uit het Bouwbesluit moeten soberder (behalve als het gaat om duurzaamheid), zodat huizen goedkoper kunnen worden.

• Slopen en herstructureren volgen pas als het regionale woningtekort flink is gereduceerd. Uitzondering vormen woningen en complexen die technisch aan vervanging toe zijn omdat de kwaliteit te slecht is voor de huidige bewoners.

• De gemeenten krijgen steun bij het omzetten van lege kantoren in jongeren- en studentenhuisvesting of voor het plaatsen van prefab- of containerwoningen.

• Randgemeenten moeten meer woningen bouwen voor de sociale sector.

• We willen niet dat de prijs van de nieuwbouwwoningen enorm stijgt doordat speculanten de grond kopen. Daarom moet het bouwrecht worden losgekoppeld van het eigendomsrecht. Dan kan de gemeente de projectontwikkelaar of groep bewoners uitkiezen die tegen de laagste kosten het beste plan kan realiseren.

• Bouwen in collectief opdrachtgeverschap wordt gestimuleerd.

Woningcorporaties
Woningbouwcorporaties hebben een missie: het verbeteren van de leefomgeving en het aanbieden van voldoende en betaalbare koop- en huurwoningen, voor mensen met een gemiddeld inkomen, maar ook specifiek voor de echte onderkant van de woningmarkt en voor ouderen.

• Corporaties met veel vermogen en weinig investeringsplannen krijgen een hogere heffing. Hierdoor worden ze geprikkeld om te investeren in het bouwen van meer betaalbare woningen en het opknappen van buurten.

• De overheid moet mogelijkheden zoeken om het kapitaal af te romen van corporaties die zich opstellen als commerciële vastgoedbedrijven. De opbrengst wordt gebruikt om de buurtbudgetten te verhogen.

• Corporaties, gemeenten en bewoners moeten samen de woningnood aanpakken en werken aan aantrekkelijke buurten. Dit lukt alleen als ze aan elkaar gewaagd zijn. Gemeenten en bewoners moeten daarom meer greep krijgen op de woningcorporaties, door meer informatie en recht op arbitrage. De gemeenten moeten duidelijke, bindende prestatieafspraken maken met de corporaties. De corporaties krijgen de ruimte die afspraken waar te maken. Als zij de afspraken niet nakomen, moeten er sancties worden opgelegd.

• Corporaties kunnen alleen hun maatschappelijke taak waarmaken als ze lokaal verankerd zijn. Ze moeten aanspreekbaar zijn voor hun huurders, de organisaties die met hen werken om de leefbaarheid van wijken te versterken, en de lokale bestuurders. Aan de enorme schaalvergroting van de corporaties moet daarom een einde komen.

Vorige pagina